IDEEEN VOOR MORGEN
Toespraak gehouden door de heer Herman VAN ROMPUY, Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers
“Twintig jaar geleden en binnen twintig jaar”
Deauville, Frankrijk, 12 april 2008
‘In het verleden leeft het heden. In het nu wat komen zal’
‘Historia magistra vitae’ maar ook ‘Omnis comparatio claudicat’
Enkele grote schokken.
Ik was twintig in 1968. De latere president Pompidou noemde de zogenaamde Mei-revolte ‘une crise de civilisation’. Het was geen politieke revolutie - daar had Raymond Aron gelijk in : ‘la révolution introuvable’ - maar de geesten veranderden : de nog sterkere doorbraak van het individuele bewustzijn gaande tot het individualisme (vreemd gevolg eerst verpakt onder de dekmantel van het marxisme, de ideologie van het collectivisme). Het aanzien van gevestigde gezagsfuncties nam af : overheid, onderwijs, Kerk, politie, leger. De seksuele revolutie werd bovendien mogelijk gemaakt door de introductie enkele jaren tevoren van de anticonceptiepil. Misschien is de seksuele ontvoogding nog veel belangrijker dan velen denken in het verklaren van de gezagscrisis. In China is de seksuele revolutie vandaag dé breuk met de vorige generatie . In het koelzog hiervan veranderde de verhouding tussen mannen en vrouwen en ten gevolge daarvan het gezin zelf. Grotere vrijheid geeft steeds meer instabiliteit. Beide zijn aan mekaar verbonden. Elke lust heeft een last. De steeds groter wordende beroepsarbeid van de vrouw, als gevolg van de democratisering van het onderwijs en van de nood aan arbeidskrachten in de ‘gouden jaren zestig’, veranderde het gezin nog meer. De daling van de nataliteit dateert van toen zodat we vandaag te maken hebben met de fameuze ‘vergrijzing’.
De droom van de ‘golden sixties’ kwam plots ten einde in november 1973 toen de olieprijzen verviervoudigden. Het politieke en sociale systeem was ingesteld op groei, niet op ‘krimp’. We kenden enkele jaren na mekaar nominale loonstijgingen van meer dan 20 pct. We reageerden met eerst ‘too little and too late’ tot het catastrofale ‘malgoverno’ en de ineenstorting van 1981. Ons begrotingstekort bedroeg toen 14 pct. van het BBP. Het sociaal overlegmodel klapte in mekaar en regeringen bestuurden met volmachten. Met veel moeite werd het Rijnlandmodel, gestart in 1944, overeind gehouden. De externe olieschok luidde het tijdperk van de globalisering in. De onzekerheid over de economische en sociale toekomst zou echter nooit meer verdwijnen.
Die economische schokgolf bracht ook het einde mee van de overheid als economische actor. Privatiseringen, herstructureringen, liberaliseringen (denk aan energie, post, spoor, telecom) werden nu algemeen aanvaard. Feitelijk kennen wij geen echte overheidsbedrijven meer. De openbare financiële sector in ons land - ooit goed voor 40 pct. van de deposito’s - is zelfs verdwenen.
Die verscuiving naar de aanbodeconomie kwam er des te meer na het vreedzaam ineenstorten van het communisme in 1989. De politieke democratie en de sociale markteconomie wonnen de ‘clash of civilisations’ maar op een moment dat het Westen zelf vol onzekerheid was over haar toekomst en op een moment dat de maatschappelijke spanningen binnen elk van de West-Europese landen sterk opliepen.
Angst en onzekerheid
Identiteit
De multiculturele samenleving bracht in de ogen van tal van burgers onveiligheid mee en een verlangen naar identiteit, van elke groep trouwens. De economische migratie van de jaren zestig was ongeordend verlopen en de globalisering met zijn enorme migratiestromen deed de rest. De vergrijzingskosten worden herberend omdat de scenario’s tot nu toe uitgingen van een netto migratie van 17.000 terwijl we in 2005 aan 50.000 toe zijn; voor de volgende decennia wordt een raming van netto 35.000 vooropgezet; dit betekent dat we met een aangroei van minstens 600.000 extra inwoners moeten rekening houden. Grote steden als Brussel veranderen, politiek van aanschijn : bijna 57 pct. van de inwoners is van vreemde oorsprong tegen 7 pct. 45 jaar geleden, toen ik in Brussel college liep; één derde komt van buiten de EU waarvan de helft moslims. Het politiek debat wordt ook anders. Zeer merkwaardig is de evolutie in Nederland van een open en zelfs permissieve samenleving naar een ruwe en polariserende mentaliteit. Een partij die vandaag volop in zwang is noemt ‘Trots van Nederland’! Er is zowaar een nieuw oranje nationalisme aan het ontstaan. Het zou me niet verwonderen mocht bij ons in de toekomst bijv. het zgn. ethisch debat anders verlopen dan vandaag als gevolg van de Islam.
De negatieve gevoelens tegenover migranten werden bij Belgen eerst gevoed door de vrees voor hun job. Vandaag kent ons land de hoogste werkloosheidsgraad en de laagste werkgelegenheidsgraad bij allochtonen van Europa, vooral door de Brusselse situatie. Inzake arbeidsmarkt is de integratie volledig mislukt.
Dat zoeken naar identiteit - positief en negatief , open en gesloten - komt zelfs tot uiting in de houding tegenover de Europese Unie. Hoe populairder ze werd buiten West-Europa, hoe minder ze het werd in de kernlanden met de verwerping bij referendum van de ontwerp-Grondwet in Nederland en Frankrijk als een hoogtepunt. De Europese eenmaking - de grootste historische prestatie sedert eeuwen - dreigde te bezwijken onder haar eigen gewicht. Toch blijft het uniek dat het Europees Parlement een half miljard mensen vertegenwoordigt en dat er een euro is : twaalf landen met één munt. Ooit was het omgekeerd toen landen meerdere munten hadden!
Nieuwe schaarsten.
Toen ik in Leuven was beleefden we intellectueel niet alleen de Mei-revolte maar ook het catastrofe scenario van de Club van Rome (1971) : binnen de honderd jaar zou het wereldsysteem in mekaar klappen tengevolge van een combinatie van bevolkingsgroei, vervuiling en uitputting van energie- en grondstoffenvoorraden. Mijn licentiaatverhandeling weerlegde deze theorie met als basisgegeven dat de markteconomie zeer flexibel is en de schaarste aanleiding geeft tot creativiteit en innovatie. Malthus had ook geen gelijk gekregen zo min als Marx. Vandaag ben ik minder overtuigd : de opwarming van de aarde - door de mens - is angstaanjagend. Het beslag dat nieuwe economieën, als China en India, leggen op energie- en grondstoffen is nu al zichtbaar op de prijzen. China neemt 2/3 van de groei van de olievraag voor zijn rekening. De stijging van de euro verbergt deze inflatie nog grotendeels. Zelfs de voedselproductie staat onder druk o.m. door de opgang van biobrandstoffen. De voorzitter van de Wereldbank waarschuwde zopas dat 33 landen wereldwijd met sociale onrust dreigen te kampen wegens stijgende voedsel -en energieprijzen. In een aantal Afrikaanse landen is dat nu reeds het geval. Miljoenen mensen zullen de volgende maanden en jaren de hongerdood sterven volgens prof. E.Tollens (KUL). De olieprijs weegt op de vrachtkosten en op de meststoffen terwijl de vraag als gevolg van de toegenomen welvaart in ontwikkelingslanden drastisch toeneemt. Er is de jongste jaren ook te weinig geïnvesteerd in energie en grondstoffen o.m. omdat de producerende landen hun markten hebben afgeschermd zodanig dat sommigen spreken van een olieprijs van 175 dollar per vat! Diezelfden noemen de oorzaken van die desinvestering mercantilisme of m.a.w. protectionisme.
Die prijsstijgingen betekenen voor ons een verslechteren van de ruiltermen en dus een verarming van een land als een geheel. We zullen dit minder merken in de cijfers van werkloosheid omdat de beroepsbevolking daalt maar des te meer in termen van economische groei en beschikbaar inkomen.
Over werkloosheid moeten we goed beseffen dat het probleem niet zozeer ligt bij de vraag naar arbeid maar naar het aanbod. We evolueren zeker in Vlaanderen van 113 knelpuntberoepen naar een veralgemeend tekort aan mensen. De kreet ‘Werk, werk, werk’ krijgt een andere inhoud. Ik sprak enige tijd geleden een ondernemer die 500 arbeidsplaatsen zou scheppen. Zijn probleem was die mensen te vinden! Tot enkele jaren geleden zou men triomfkreten geslaakt hebben in de politiek. Wat de werkgelegenheid wel bedreigt en het is een paradox, is dat de arbeidsschaarste een looninflatie kan veroorzaken en als gevolg daarvan veel minder economische groei en jobcreatie.
Willen wij onze welvaart verder laten groeien, boven de matige stijging van de productiviteit van 1,5 pct. per jaar ( zoals de voorbije jaren ) zullen wij meer uren moeten werken door zelf langer te werken (over geheel een loopbaan), door beroep te doen op meer mobiliteit binnen het land, het wegwerken van de laatste haarden van werkloosheid ( o.m. bij allochtonen), het aanboren van de beroepsinactieven en tenslotte op externe migratie. Het eerste zal leiden tot nog meer arbeidsdruk, zeker als we de groep van 25-50 jarigen verder laten belasten met de gevolgen van dien op het persoonlijk en familiaal leven. Een gebrek aan arbeidsvreugde weegt trouwens op de productiviteit en niet alleen daarop. Wij kennen nu al sedert 1950 een gelukgevoel dat stagneert terwijl de economie sterk groeit. De bedrijven zelf zullen trouwens spontaan meer bezig zijn met gezinsvriendelijkheid al was het maar om hun werknemers te behouden in een toestand van arbeidsschaarste. Meer migratie komt er spontaan. De ongelijkheid in welvaart tussen Oost- en West-Europa tussen de EU en vooral Afrika is zo groot dat die migratiestromen zullen toenemen tot ongekende proporties. De demografische ineenstorting in Rusland ( van 143 mio naar 107 in 2050!) en in mindere mate in Duitsland (van 82 naar 74 mio.), zal aantrekken van mensen zelfs tot een noodzaak maken. De wereld bevolking zal van vandaag tot 2050 toenemen met 2.7 mia tot 9.2 maar stagneert in de ontwikkelde wereld en in China. In Europa is er een daling met 65 mio vooral te situeren in Oost-Europa. Dat is het equivalent van landen als Frankrijk, Italië of Oekraïne! Migratie lost evenwel de problemen inzake vergrijzing niet op. Migranten worden zelf ook ouder en hun vruchtbaarheid daalt pijlsnel. In het algemeen hebben we dus een ‘élan vital’ (Bergson) nodig!
Arbeid, energie en grondstoffen zullen schaars worden en de inzet worden van de wereldpolitiek. De EU minister van buitenlanse zaken, Solana ontwierp er zelfs een strategie voor. Kijk maar hoe Rusland zich uit de puinhoop van het Sovjet-Imperium kon hijsen door haar aardgas. Ze gebruikt dat wapen duidelijk tegenover de afgescheiden delen van het Rijk. Tot het einde van de jaren tachtig was het communisme hét gevaar. Daarna het islamitisch fundamentalisme en terrorisme. Morgen zal het economisch en ecologisch overleven centraal staan. Op dat vlak doet de Unie het veel beter dan de Verenigde Staten en China. Bij ons daalt de CO2 uitstoot de jongste 15 jaar terwijl die elders verhoogt met resp. 20 en 100 pct. Het broeikasprobleem zal spanningen in de wereld veroorzaken in het bijzonder in die streken die nu al labiel zijn zoals het Midden-Oosten o.m. door het watertekort. De verantwoordelijken voor het klimaatprobleem zijn andere dan de slachtoffers. Men mag niet vergeten dat één vijfde van de wereldbevolking in de bedreigde kuststreken woont die zullen getroffen worden door het verhogen van het waterpeil. Elk probleem kunnen we echter niet wijten aan het klimaat. ‘Darfur’ is niet alleen een probleem van droogte maar van mensen. New Orleans hoefde niet onder te lopen als er meer zou geïnvesteerd zijn in dijken.
Klimaat is een topprioriteit maar we mogen niet de fout begaan als destijds toen elk probleem alleen werd verklaard vanuit sociale ongelijkheid.
Vandaag gaan we wel uit van een stabiel groeiend China. Zal dat continent echter nog lang economische vrijheid kennen zonder politieke vrijheid, nog lang sociale ongelijkheid en toch een éénpartijstaat? En wat als de politieke instabiliteit daar toeslaat: zal het alles bij elkaar zo vreedzaam verlopen als bij het einde van de Sovjet-Unie?
Macht en onmacht van de politiek.
Die laatste uitdagingen kunnen alleen internationaal en Europees aangepakt worden. In Duitsland woedt nu een publieke discussie of de EU nu reeds bepalend is voor de meerderheid van de regelgeving. Maar zolang het Europees budget maar 1 pct. vormt van het Europees BBP zullen de natiestaten belangrijk blijven. Het gros van de hervormingen om de vergrijzing op te vangen en om de economie verder te moderniseren moet op nationaal vlak genomen worden. De Europese Unie en de globalisering mogen niet als alibi ingeroepen worden om machteloos toe te zien. De mediatisering van de politiek doet te gemakkelijk grijpen naar ‘goed nieuws’ en gemakkelijkheidsoplossingen. ‘Aan de macht zijn’ betekent dat men die macht moet gebruiken of die verantwoordelijkheid moet opnemen. De kiezer is vlug gecharmeerd door beloften maar even snel ontgoocheld. Zo is het ontgoochelend dat de daling van de rentelasten de jongste jaren niet nog meer is omgezet in een daling van de schuldratio: de afname met 3 BBP-punten of 10 mia. euro is opgegaan in een verslechtering van de primair overschot (2/3 uitgaven en 1/3 minder lasten). Een land kan door zijn beleid veel tot stand brengen. Kijk naar Ierland en naar China. De politici van morgen zullen hun mediaan-kiezer die bijna 50 jaar is en dus niet veel verandering wil niet steeds naar de mond mogen praten.
Minder dan ooit mag men daarom vervallen in particularisme, immobilisme en protectionisme. De neiging terug te plooien op zichzelf en het vijanddenken (‘Wij’ en ‘Zij’) zal alleen toenemen. Een meerderheid van de burgers in de VSA, in Frankrijk en in Duitsland is tegen meer vrijhandel. Directe democratie zou hier een ramp veroorzaken zoals bij de Europese referenda. Verklaringen van Sarkozy en Berlusconi over ‘nationale voorkeur’ maken mij ongerust. Die defensieve houding moeten we intellectueel maar ook in het beleid bestrijden. In een bevolkingsstructuur met een steeds groter wordende groep van tachtigers (10 pct. in 2030) moet elk talent gekoesterd worden. Wij hebben in eigen land nu al te weinig starters, dus economisch crea-tieven. Ac-tieven hebben is dus niet voldoende. Wij hebben een sterker onderwijs, vooral hoger onderwijs, nodig vooral in Franstalig België. De achterliggende economische groei in Wallonië vindt o.m. daar haar oorsprong. Wij liggen kwalitatief en kwantitatief achter inzake O&O. Onze inspanning nationaal neemt zelfs af. Wij hebben een productievere overheid nodig, ook op het niveau van de deelstaten en van de locale besturen. Mensen hebben veel vertrouwen in gezondheidszorgen en onderwijs die collectieve goederen zijn maar voortgebracht door de vrije sector maar hebben veel minder vertrouwen in de uitvoering van de kerntaken zelf van de overheid: openbare orde, veiligheid, justitie en openbare diensten. Daar scoren wij zwak in de EU. Landen met een performante overheid waar de burgers vertrouwen in hebben presteren ook beter op economisch vlak. Het is jammer dat we de jongste jaren terrein verloren tegenover andere landen zowel inzake ‘human development’, concurrentiekracht als BBP per hoofd. Ook in Vlaanderen dat het de jongste tien jaar minder goed deed bijv. dan Nederland.
We moeten er ons goed van bewust zijn dat de kosten ven de veroudering van de bevolking de volgende veertig jaar oplopen tot netto 6 pct. van het BBP. Willen we dus ruimte hebben voor nieuwe initiatieven als lastenverlagingen zullen we binnen een wellicht constante collectieve lastendruk moeten verschuivingen doorvoeren, wat trouwens de jongste jaren reeds gebeurt. Verschuivingen zijn echter steeds beperkt. Nieuwe uitgaven voor niet-vergrijzingssectoren bijv. voor milieu ( hier ook stelt de EU 0.7 pct. van het BBP voorop tot 2030) en veiligheid zullen elders moeten gecompenseerd worden. Indien de uitgaven voor gezondheidszorg de volgende jaren niet met 2.8 pct. maar met de voorziene groeivoet van 4.5 pct. per jaar nemen de vergrijzingskosten tegen 2030 niet toe met 2.2 pct. maar met 5.9 pct. van het BBP of plus 3.7 pct. of bijna een verdubbeling van de totale vergrijzingskost op dat ogenblik! De overheid heeft dus wel degelijk een taak!!
Hoop en vertrouwen - die ook teveel existentieel in het leven van de mensen zelf ontbreken - moeten op een breder vlak onderbouwd worden door economische resultaten. Niet van onhaalbare projecten : die werken eerder ontmoedigend, maar ook niet van louter pragmatisme waar men het doel niet van ziet. Het Europees klimaatplan en de zgn. Lissabon agenda zijn goede initiatieven. Voor landen als het onze, die moeilijk in beweging te krijgen zijn, mogen ze zelf meer dwingend zijn. In België moeten we dringend een nieuw en gedurfd institutioneel evenwicht vinden als basis en als mogelijkheidsvoorwaarde van een toekomstgericht beleid. Wij moeten uit het bestendig electoraal klimaat uit door de overvloed aan verkiezingen willen wij niet achterop blijven, als was het maar voor de opvang van de vergrijzing, zoals het IMF het onlangs zei. Wij hebben niet meer de BEF om ons door een crisis af en toe wakker te schudden.
Het kapitalisme is ook aan nieuwe gebreken onderhevig. Zo zijn we ternauwernood ontsnapt aan een wereldwijde financiële catastrofe o.m. door een mentaliteit van hebzucht en ongebreideld winststreven (subprime-crisis) en aan een gebrek aan toezicht in de States door een ideologisch geloof in de zelfregulering van de markt. Soms is er teveel overheid, soms te weinig. De sociale markteconomie heeft de wedloop met het communisme gewonnen maar ze mag niet overmoedig worden. Het populisme is trouwens minder rechts op sociaaleconomisch vlak dan velen denken. Bovendien duiken in sommige landen uitgesproken links populistische partijen op.
Ingevoegd door Eric op dinsdag 15 april 2008 om 20:33