Sturm und Drang
Het opiniestuk van Jong-CD&V “Zijn jullie Franstalige jongeren het ook beu? (zie mijn Dagboek van gisteren 2 mei) kreeg heel wat reacties. De Franstalige jongerenorganisaties van
CDH, MR en PS reageerden furieus over zoveel jonge “Vlaamse arrogantie”. Ze noemden jong-CD&V “betweterig, hautain en nationalistisch”. Zelfs Elio Di Rupo vond het nodig gepikeerd te reageren. Van Vlaamse kant kreeg Jong-CD&V evenmin applaus. Jong Links (Animo) spreekt van stemmingmakerij en vindt het standpunt populistisch. Ze willen zelfs meer solidariteit met de Walen en gaan de band met de Mouvement des jeunes socialistes aanhalen.
Ik ben blij met dit debat. Niet alleen omdat eindelijk de stem van de jongeren over de toekomst van België wordt gehoord. Ook omdat de politieke jongerenorganisaties opnieuw van zich laten horen. Het is op dit vlak de jongste jaren erg stil geworden. Nochtans hadden CVP-Jongeren, Jongsocialisten en PVV-jongeren een grote traditie van “sturm und drang” in hun moederpartijen. Wilfried Martens, Guy Verhofstadt en Luc Vandenbossche schopten keet in hun partij en gaven elk op hun manier kleur aan de jongerenstem in de politiek.
De kritische politieke jongerenorganisaties zorgden voor dynamiek in het politieke leven en dwongen de moederpartijen geregeld tot ideologische herbronning. Op legendarische partijcongressen vochten jongeren met de gevestigde waarden aan de hand van resoluties en amendementen op het scherp van de snee over de toekomst van regeringen en programma’s.
Veel politiek talent kreeg hier zijn leerschool en was de voedingsbodem voor talentrijke parlementsleden, burgemeesters, ministers en partijvoorzitters.
Politieke partijen waren vroeger gesloten bolwerken waar enkel de jongeren “freedom of speech” hadden. Met de mediatisering en de opendebatcultuur zijn de politieke jongerenorganisaties als politiek forum weggedeemsterd. Hun stem wordt nog nauwelijks gehoord. Politieke partijen slaan bij hun rekrutering van politiek personeel ook vaak de jongerenorganisaties over en gaan rechtstreeks op zoek naar babes en BV’s. Dit werkt ontmoedigend voor het engagement in politieke jongerenorganisaties waardoor veel potentieel politiek talent verloren gaat. Ook komen de jonge babes en BV’s zonder enige politieke ervaring in het Parlement waardoor het politiek debat is verschraald.
Onder generatiegenoten debatteren over politiek en de confrontatie aangaan met het partijestablishment is nog steeds de beste leerschool voor een politieke mandataris. In het Parlement voel ik direct wie in een jongerenbeweging heeft gemiliteerd. Daarom geef ik vele jongeren de raad zich opnieuw meer te engageren in die politieke jongerenorganisaties. Het moet weer een kweekvijver worden van politiek talent. Het zorgt ook voor dynamiek in de partij. Van jongeren wordt aanvaard dat ze het democratisch debat aantrekken. Ze moeten dan wel het lef hebben standpunten in te nemen en tegen zere tenen te trappen. Tegenstand overwinnen is de beste politieke leerschool.
Ik heb me de jongste jaren ook vaak geërgerd aan het jeunisme in de politiek waarmee ik doelde op de jonge babes die zonder enig politiek engagement naar de top of een mandaat werden gepiloteerd. Hun interviews beperkten zich vaak tot het papegaaien van wat de partijvoorzitter had gezegd. Ik wil terug strijdbare jongeren (angry young man and woman)die niet de ambitie hebben om vóór hun dertigste in het Parlement te zitten maar de stem van hun generatie willen laten doorklinken in het politieke leven. Mijn mooiste jaren in de politiek waren die als nationaal voorzitter van de CVP-Jongeren. In de Memoires van Martens blijkt welke belangrijke rol de CVP-Jongeren hebben gespeeld in het Belgische politieke leven in de jaren zestig tot het begin van de jaren negentig. Hopelijk nemen Jong-CD&V en de andere politieke jongerenorganisaties die draad weer op. Het partijleven is de jongste jaren erg verschraald. Eén zwaluw maakt de lente niet maar dat opiniestuk van Jong-CD&V en de reacties erop tonen aan dat er kansen zijn om het politiek debat vanuit jongerenbewegingen opnieuw los te maken. Ik kijk ernaar uit en dat zeg ik niet alleen als nonkel Eric.
Ingevoegd door Eric op woensdag 3 mei 2006 om 12:25
PETER Van Rompuy: Zijn jullie Franstalige jongeren het ook beu?
De onderstaande tekst werd donderdag als vrije tribune gepubliceerd in Le Soir (aangekondigd op pagina 1) en een verkorte versie in De Morgen.
Er bestaat geen Belgische krant. Daarom wordt deze vrije tribune tegelijkertijd gepubliceerd in Le Soir en De Morgen. JONGCD&V wil zo onze politiek actieve leeftijdsgenoten in het Zuiden van het land oproepen om ‘non’ te zeggen. ‘Non’ tegen de wijze van politiek voeren van de meerderheid van de huidige Franstalige politieke machthebbers. Onze oproep is niet gericht tegen de Franstaligen zelf en ook niet tegen België, maar wel tegen de huidige Franstalige politieke cultuur.
Het regende in de Vlaamse media het afgelopen jaar dagelijks berichten over de enorme verschillen tussen Noord en Zuid. Deze regionale verschillen zijn veelal het gevolg van een totaal verschillende politieke visie. Zo bedraagt bv. de tewerkstelling in Vlaanderen bij overheidsdiensten en in het onderwijs 25.5% van de totale tewerkstelling, in Wallonië 39.1%. Dit verschil is grotendeels het resultaat van een bewuste politieke keuze. Een ander voorbeeld is dat er in Vlaanderen in 2005 383 werkweigeraars werden geregistreerd, in Wallonië 52.
Het zijn niet enkel deze objectieve verschillen op zich die ons storen. Er zijn immers ook verschillen tussen de Vlaamse provincies onderling. Wat ons meer tegen de borst stuit, is de grootte van de verschillen. Limburg kent bv. de hoogste werkloosheidsgraad van Vlaanderen, namelijk 9,19%. Vlaams-Brabant kent met 5,83% de laagste, een verschil van 3,4%. Voor geheel Vlaanderen bedraagt deze 7,4%, voor Franstalig België 16,5%. Dit is een verschil van haast 9%.
Maar wat ons nog het meest choqueert, is dat er te weinig inspanningen geleverd worden om deze verschillen terug te dringen. Als we kijken naar de werkloosheidsgraad, dan stellen we vast dat deze sinds ‘81 in Vlaanderen daalde met 25% en in het Zuiden toenam met 70 %.
Onder Vlaamse jongeren overheerst vandaag het gevoel dat de goede wil niet van één kant kan blijven komen. Wij kunnen hen moeilijk ongelijk geven. It takes two to tango.
Nochtans zijn wij niet van kwade wil. We pikken ook de goede signalen op. Begin vorig jaar leek er een nieuwe wind door het Zuiden van het land te waaien. Met als orgelpunt Di Rupo die plaatsnam op de sofa in De Laatste Show en Vlaanderen charmeerde.
Maar het tij keerde wel bijzonder snel. Op de vraag tot splitsing van BHV was het antwoord droogweg ‘non’. De Franstaligen vierden dit als een overwinning. Vlamingen voelden dit aan als een blijk van totaal onbegrip. De feiten volgden zich daarna aan een hels tempo op. Senator Destexhe publiceerde een boek waarin hij brandhout maakt van de Franstalige economische politiek. De Franstalige media beschuldigde hem van landverraad ... tot drie professoren eenzelfde rapport uitbrachten. De boodschap drong deze maal wel door en tijdens de zomer werd het ‘Marshallplan’ voor Wallonië (en niet Brussel) boven de doopvont gehouden. Vandaag lijkt ook dit plan een gemiste kans te worden.
De negatieve berichten uit het Zuiden waren niet enkel communautair getint. Het beeld van de Franstalige politieke cultuur in het geheel was dramatisch. Hierna volgt slechts een greep uit de dagelijkse berichtgeving in de Vlaamse media. Voormalig minister-president Ducarme – die jaren geen belastingaangifte deed – kon genieten van een fiscale gunstmaatregel om redenen van “humanitaire, sociale of andere aard”. Een gunst die, zo blijkt nu, veel vaker in Wallonië wordt toegepast als in Vlaanderen. Met “la Carolorégienne” ging het hek pas helemaal van de dam.
Ter compensatie van het voorgaande, willen een aantal Franstalige partijen de morele superioriteit van het Zuiden alsnog in de verf te zetten door te pogen het Vlaams Belang haar dotatie te ontnemen. Ondertussen mag de Brusselse PS-staatssecretaris van Turkse afkomst, Emir Kir, gewoon aanblijven. Nochtans stelde een rechter hem in het ongelijk toen hij klacht indiende tegen twee journalisten die hem beschuldigden van negationisme over de genocide van de Turken op de Armeniërs. Wanneer even later de denkgroep ‘In de Warande’ zijn Vlaams manifest uitbrengt, wordt Vlaanderen ‘agressive et arrogante’ genoemd. En als Yves Leterme zegt dat Brussel efficiënter moet bestuurd worden, is hij ‘dangeureux’.
Wij zijn het beu.
Met deze Franstalige politieke cultuur kan het niet verder. Wij richten ons dan ook tot de jonge Franstalige politici. Het is hoog tijd dat jullie ‘non’ zeggen tegen de huidige politieke cultuur in Franstalige België en niet enkel tegen de splitsing van BHV en de Vlamingen. Is België voor jullie wél meer dan harde confrontaties over harde centen, in de overtuiging dat België toch nooit zou kunnen splitsen door het koningshuis en Brussel?
Het gaat daarenboven niet enkel over het communautaire, maar ook over het welzijn van jullie eigen generatie. Het wanbeleid van de meerderheid van de huidige Franstalige politieke generatie heeft ervoor gezorgd dat Wallonië met een jeugdwerkloosheid van 31,7% haast Europees recordhouder is. In Vlaanderen bedraagt deze 15,5%. De Franstalige jongeren zijn dus het grootste slachtoffer van dit wanbeleid.
Wij zijn het beu, jullie ook?
Nochtans hebben jullie hier geen enkele schuld aan. Daarom zijn jullie ook de enigen die geen reden hebben om te ontkennen dat er in Franstalige België dringend drastische maatregelen nodig zijn. Maar Zuid en Noord hebben – net door de grote verschillen – zeer verschillende prioriteiten. Vlaanderen moet actie kunnen ondernemen rond de pensioenleeftijd en het Zuiden rond (jeugd)werkloosheid. Wij hopen dat ook jullie graag meer eigen verantwoordelijkheid en dus daadkracht wensen voor jullie prioriteiten? Alle andere EU landen zijn volop hun economie aan het hernieuwen. Ondertussen houdt de huidige Belgische generatie politieke machthebbers elkaar in een houdgreep. Een volgende stap in de staatshervorming is voor Vlaanderen, Wallonië, Brussel en België een noodzaak om terug uit de startblokken te komen.
Ons beeld van het Zuiden is echter niet eenzijdig. Wij Vlamingen zien op een aantal terreinen nog steeds een mogelijke meerwaarde in België. Het jongere Zuiden kan het grijzende Noorden helpen de schok van de vergrijzing op te vangen. Maar opnieuw, dat kan enkel indien het Zuiden tegelijkertijd iets doet aan haar arbeidsproductiviteit en werkloosheidsgraad.
De komende tien jaar ligt het hart van België op de operatietafel van de regeringsvormingen. De Vlaamse goodwill voor België smelt even snel weg als de ijskappen op de polen.
Het Vlaamse programma van CD&V bij de volgende staatshervorming is ondertussen gekend. Het betreft o.a. het werkgelegenheidsbeleid, de werkloosheid, het inkomensbeleid, de vennootschapsbelasting, de gezondheidszorg en het Brussels bestuur. Wat er na 2007 gebeurt, ligt volledig in jullie handen. Toon ons dat de nieuwe generatie Franstalige politici wél haar verantwoordelijkheid wenst op te nemen. ‘Non’ tegen een volgende staatshervorming is geen antwoord. It takes two to tango.
Peter Van Rompuy, Jeroen Vervloessem, Bert Smits, Caroline Deiteren, Bert De Brabandere,
namens JONGCD&V
Ingevoegd door Eric op dinsdag 2 mei 2006 om 7:52
J’en ai marre, Laurette
Wie vandaag als Vlaming luidop durft nadenken over een nieuwe staatshervorming krijgt vanwege de PS-kopstukken steevast het “scheldwoord” separatist naar het hoofd geslingerd. Het succesvolle “non” aan de splitsing van BHV maakt hen overmoedig. Ze denken dezelfde strategie te kunnen toepassen als in 2007 Vlaanderen het sociaal-economisch federalisme op tafel wil leggen. Di Rupo zegt aan Leterme nu al dat deze hiermee het einde van België wil. Ook Onkelinx noemde Leterme “dangereux” omdat deze een gesprek over Brussel op de agenda wil zetten. Elke dialoog wordt vooraf gehypothekeerd door “non” en “separatist”. De PS spreekt nog enkel in machtstermen. Hun standpunten zijn niet meer gebaseerd op nuchtere analyses en feiten.
Gelukkig zijn er in Franstalig België nog enkele onafhankelijke geesten die erop durven wijzen dat een status quo van het Belgische systeem ook ten nadele werkt van Wallonië en Brussel. Zo hadden drie Waalse academici en MR-senator A. Destexhe de moed te wijzen op de structurele terugval van de Waalse economie en ervoor te waarschuwen dat de transfers vanuit Vlaanderen Wallonië in slaap wiegen. Ook deze week deed F.X. de Donnea een aantal moedige uitspraken over Brussel. Als voormalig Brussels minister-president beseft hij dat de huidige structuren Brussel niet de mogelijkheden geeft om de grootstedelijke problemen aan te pakken. Op Berlijn na is Brussel de hoofdstad met de hoogste werkloosheid in Europa. Hij noemde de sociale toestand zelfs explosief: “we riskeren opstand in het hart van Brussel”. de Donnea pleit onomwonden voor een overheveling van bevoegdheden vanuit de 19 gemeenten naar het Brussels Gewest. Ook heeft hij twijfels of 6 politiezones in Brussel kunnen leiden tot een efficiënt veiligheidsbeleid. In tegenstelling tot Moureaux die nog steeds de polarisatie zoekt met de Vlamingen vindt hij dat Vlamingen en Franstaligen er alle belang bij hebben samen de problemen aan te pakken. Vooral het migrantenvraagstuk baart de Donnea zorgen: “de kern van de zaak in Brussel is hoe we in de toekomst met de allochtonen zullen samenleven. De enggeestige ruzies tussen Franstaligen en Vlamingen zijn iets uit het verleden.”
Onze staatsstructuren zijn niet meer aangepast aan de realiteit van vandaag. Vlaanderen en Wallonië hebben nood aan een aanpak op eigen maat gebaseerd op eigen financiële verantwoordelijkheid. Ook Wilfried Martens zei in zijn Memoires dat zonder dit sociaal-economische federalisme de Belgische Unie niet zal overleven. Brussel kan zich niet langer opsluiten in structuren die haar niet in staat stellen het hoofd te bieden aan de explosieve problemen van hoge werkloosheid (vooral jonge migranten) en veiligheid. De stille mars op Brussel was op dit vlak een signaal.
De PS noemt zich een sociale partij maar het bilan van bijna twintig jaar onafgebroken machtsuitoefening is een werkzaamheidsgraad van 55,5% in Brussel en Wallonië (in Vlaanderen 64,5%) en een werkloosheidsgraad van bijna 20% in beide regio’s.
In de jaren 1977-1981 droeg de PS een verpletterende verantwoordelijkheid in de budgettaire en economische ontsporing van dit land. De “non” van Cools en Spitaels dreef dit land naar de afgrond. We staan nu opnieuw voor een scharniermoment. Het verschil met de jaren tachtig is dat de noodzakelijke sociaal-economische hervormingen enkel mogelijk zijn mits stappen voorwaarts naar een meer federalisme voor Vlaanderen en Wallonië. Dit veronderstelt een tweederde meerderheid in het Parlement waarvoor de PS incontournable is. Hoe meer de PS-kopstukken de Vlaamse politici beschuldigen “separatisten” te zijn, hoe minder dit in Vlaanderen als een verwijt overkomt. Niet Leterme is “dangereux” maar de PS speelt gevaarlijk spel. Hun eigen falen blijven afwentelen op het “separatistische” Vlaanderen zal als een boemerang in hun gezicht terugkeren. De laatste PS-premier van dit land, E. Leburton, zei ooit: “j’en ai marre du CVP”. Ik parafraseer vandaag: “Laurette, j’en ai marre du PS.”
Dit artikel verscheen in De Standaard in Kopstukken DS weekend 30 april
Ingevoegd door Eric op zondag 30 april 2006 om 20:44
De Mary saga
Als Tony Mary het niets eens is met de aanpassing van het VRT-decreet dan moet hij daar maar zelf de conclusies uit trekken. Maar die moed heeft Mary niet. Niemand twijfelt eraan dat hij op post blijft. Hij zoekt alleen een uitweg voor gezichtsverlies. Intussen gaat de Mary saga verder. Zijn optreden in Terzake gisterenavond was nooit gezien. Een topambtenaar van de publieke omroep die op zijn eigen zender ingaat tegen de unanieme wil van de decreetgever en de politici openlijk beschuldigt machtsgeil te zijn: “geef de politici macht en ze gebruiken die”. Ook liet hij zich smalend uit over de raad van bestuur “waar men steeds wel een meerderheid zal vinden voor om het even wat”. Als het Vlaams parlement de aanpassingen aan het decreet doorvoert, voorspelt Mary “het einde van de openbare omroep” (sic). De parlementaire besprekingen in de commissie Media zijn nochtans duidelijk. Van politieke voogdij inzake programmatie, berichtgeving, personeel, contracten met productiehuizen, enz. is geen sprake. De operationele bevoegdheden blijven exclusief bij het management. Vermits de openbare omproep werkt met belastinggeld is het evenwel normaal dat de grote strategische beslissingen genomen worden in overeenstemming met de raad van bestuur en in het kader van de beheersovereenkomst met de Vlaamse regering. Het parlement moet zijn normale controletaak kunnen uitoefenen. Dit alles is gewaargborgd in het nieuwe decreet. Als Mary de moeite zou doen de parlementaire verslaggeving hierover te lezen, zullen al zijn vragen worden beantwoord. Het is niet omdat men een succesvol mediabedrijf leidt dat men zich mag aanmatigen om de wetgever en de regering de les te lezen. Mary’s optreden is schadelijk voor een openbare omroep die in de volgende maanden staat voor cruciale onderhandelingen over een nieuwe beheersovereenkomst. Zonder vertrouwen tussen management, raad van bestuur en voogdijminister is het VRT-model niet werkzaam. Het was juist dit vertrouwen dat aan de basis lag van de heropstanding. Ik heb Mary reeds herhaaldelijk gewaarschuwd voor zijn optreden. De jongste dagen wordt zijn houding ronduit gênant. Zijn krediet is opgebruikt. Wie trekt hieruit de conclusie?
Ingevoegd door Eric op vrijdag 28 april 2006 om 15:10
Cela suffit
Tijdens het weekend nam ik deel aan twee televisiedebatten (Frontlijn op Canvas en De Zevende Dag) over de toekomst van België en Brussel. De beide woordvoerders van de PS (minister van Ambtenarenzaken Dupont en Brussels parlementslid en Burgemeester van Evere Vervoort) herhaalden nogmaals het gekende standpunt dat voor hen een nieuwe staatshervorming onbespreekbaar is. Ze klampen zich vast aan het status quo op alle niveaus en geraken niet verder dan verwijten dat CD&V het Vlaams Belang achterna holt en enkel uit is op separatisme. De Waalse regio kampt met een werkloosheidsgraad van 18% (Vlaanderen 7,5%). De werkzaamheidsgraad is er teruggevallen tot 55,5% t.o.v. 64,5% in Vlaanderen. Ook in Brussel is de werkloosheidsgraad sinds de start van het Brussels Gewest gestegen van 12% in 1989 tot bijna 20% vandaag (werkzaamheidsgraad 55,4%). In bepaalde Brusselse gemeenten ligt de werkloosheid zelfs boven de 40% (vooral bij jongeren).
Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben nood aan een eigen economisch- en arbeidsmarktbeleid. Dit blijven negeren legt een hypotheek op de toekomst van België. De Franstalige socialisten weigeren hun falen te erkennen en klampen zich vast aan staatsstructuren die hen de hefbomen ontzeggen om zelf hun economische toekomst in handen te nemen. Tevens ontnemen ze hierdoor Vlaanderen de instrumenten om zijn economische toekomst en werkgelegenheid te bepalen in een mondiale concurrentiele omgeving. Oud minister de Donnea erkende gisteren in De Zevende Dag en in Het Nieuwsblad op Zondag dat de werkloosheidstoestand in Brussel explosief is: “we riskeren opstand in het hart van Brussel”. Van alle Europese hoofdsteden, behalve Berlijn, haalt onze hoofdstad de hoogste werkloosheidsgraad. In Wallonië bereikt de werkloosheid in bepaalde regio’s dramatische proporties (boven 25%).
Voor de Franstalige socialisten is werkgelegenheid blijkbaar niet de grootste maatschappelijke prioriteit. Wie Di Rupo, Moureaux of Onkelinx hoort kan alleen vaststellen dat ze hun eigen falen pogen af te wentelen op het “separatistische” Vlaanderen.
CD&V heeft gekozen voor een programma van sociaal-economisch federalisme. Het wordt de inzet van de verkiezingen van 2007 en dient als basis voor nieuwe regeringsvorming. Als hierover een gesprek wordt geweigerd stelt zich een groot probleem voor de werking van de Belgische staatsstructuur.
De stille mars van zondag was terecht ontdaan van alle communautaire tegenstellingen. Maar wie dieper graaft moet erkennen dat problemen met migrantenjongeren een diepere oorzaak vinden in een gebrek aan tewerkstellingsperspectieven. Volgens de Donnea “zijn het die mensen die bandiet worden en mensen neersteken”. Als hier geen oplossingen worden voor gevonden groeien we naar Franse toestanden. Hiertoe zijn aanpassingen aan onze staatsstructuren een essentiële voorwaarde. Een meerderheid van Vlamingen wil niet langer de PS-chantage ondergaan.
Tijdens het weekend heb ik gepoogd dit te verwoorden. Ik deed het met dezelfde kracht en overtuiging als op het einde van de jaren zeventig tegen Cools, Spitaels en Moureaux. Wilfried Martens (zie Memoires) nam het mij toen niet in dank af. Ik heb de indruk dat Yves Leterme vandaag op mijn lijn zit. Hij is niet bang om “dangereux” te zijn. Het echt gevaarlijk spel wordt dezer dagen immers opnieuw binnen de PS gespeeld.
“Cela suffit.”
Ingevoegd door Eric op maandag 24 april 2006 om 15:54