vrijdag 18 april 2008

Viewmaster EXPO 58

Dezer dagen wordt in de media vaak de vraag gesteld: waar was jij bij de opening van de Expo op 17 april 1958?
De familie Van Rompuy was toen in Kongo. Vader Vic Van Rompuy was in 1957 benoemd tot professor economie aan de universiteit van Lovanium en was van plan om daar voor een aantal jaren te blijven. We woonden in het universiteitsdorp op de heuvels van Kimwenza en gingen elke dag met de bus (40 km) naar school in het Albertcollege in Leopoldstad. Mijn vader kreeg in het voorjaar van 1958 evenwel een tropische ziekte waardoor we in de zomer 1958 vervroegd terugkwamen uit Kongo en terug in het ouderlijk huis gingen wonen in Sint-Stevens-Woluwe.
Ik herinner mij nog dat we in augustus 1958 de Expo gingen bezoeken, een wereldwonder voor kinderen die pas terugkwamen van de brousse rond Leopoldstad! Zoveel jaren later komen de televisiebeelden over als een viewmaster uit de tijd van toen. Mij is vooral de enorme massa bijgebleven en de bezorgdheid van vader en moeder om hun 4 kinderen niet te zien verdwalen midden de onvoorstelbare drukte. Ook zie ik nog voor mij de files op de Leuvense steenweg in Sint-Stevens-Woluwe langsheen de Leuvense steenweg, in die jaren de enige toegangsweg vanuit Leuven en Luik naar Brussel.
De zomer 1958 is ook het jaar waar we aan de hand van vader ons gingen inschrijven bij de jezuïeten aan het Sint-Jan-Berchmanscollege in Brussel: Herman in het zesde leerjaar en ik in het vierde leerjaar. Mijn zusjes volgden later naar het lyceum Maria Boodschap eveneens in het hart van Brussel.
Politiek herinner ik mij als achtjarige natuurlijk niets van die periode. Wat ik ervan weet, kan ik lezen in de politieke geschiedenis van België van prof. Theo Luykx. In de week na de opening van de expo 58 werden de Kamers ontbonden. Op 2 juni 1958 waren er parlementsverkiezingen. Luykx schrijft hierover: “De nieuwe verkiezingen vonden plaats in een atmosfeer van druk vreemdelingenbezoek en feestelijkheden, waarvan de regering het beste kon verhopen.” De paarse regering van Achille Van Acker leed in deze uitbundige expo 58 sfeer evenwel een zware nederlaag. De CVP daarentegen haalde -in het zog van de schoolstrijd - een absolute meerderheid in de Senaat en 104 op de 212 zetels in de Kamer (46,5%). Gaston Eyskens startte op 23 juni met een homogene CVP-minderheidsregering. In november 1958, na het sluiten van het schoolpact, kwam de CVP-liberale regering Eyskens tot stand.
Elke vergelijking loopt mank maar hopelijk volgt 2008 het voorbeeld van 1958: een “voorlopige” regering na een paarse periode, een groot pact en dan een definitieve regering (na 15 juli). Eyskens - Leterme: 50 jaar later même combat!

 

dinsdag 15 april 2008

IDEEEN VOOR MORGEN

Toespraak gehouden door de heer Herman VAN ROMPUY, Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers

“Twintig jaar geleden en binnen twintig jaar”

Deauville, Frankrijk, 12 april 2008

‘In het verleden leeft het heden. In het nu wat komen zal’

‘Historia magistra vitae’ maar ook ‘Omnis comparatio claudicat’


Enkele grote schokken.

Ik was twintig in 1968. De latere president Pompidou noemde de zogenaamde Mei-revolte ‘une crise de civilisation’. Het was geen politieke revolutie - daar had Raymond Aron gelijk in : ‘la révolution introuvable’ - maar de geesten veranderden : de nog sterkere doorbraak van het individuele bewustzijn gaande tot het individualisme (vreemd gevolg eerst verpakt onder de dekmantel van het marxisme, de ideologie van het collectivisme). Het aanzien van gevestigde gezagsfuncties nam af : overheid, onderwijs, Kerk, politie, leger. De seksuele revolutie werd bovendien mogelijk gemaakt door de introductie enkele jaren tevoren van de anticonceptiepil. Misschien is de seksuele ontvoogding nog veel belangrijker dan velen denken in het verklaren van de gezagscrisis. In China is de seksuele revolutie vandaag dé breuk met de vorige generatie . In het koelzog hiervan veranderde de verhouding tussen mannen en vrouwen en ten gevolge daarvan het gezin zelf. Grotere vrijheid geeft steeds meer instabiliteit. Beide zijn aan mekaar verbonden. Elke lust heeft een last. De steeds groter wordende beroepsarbeid van de vrouw, als gevolg van de democratisering van het onderwijs en van de nood aan arbeidskrachten in de ‘gouden jaren zestig’, veranderde het gezin nog meer. De daling van de nataliteit dateert van toen zodat we vandaag te maken hebben met de fameuze ‘vergrijzing’.


De droom van de ‘golden sixties’ kwam plots ten einde in november 1973 toen de olieprijzen verviervoudigden. Het politieke en sociale systeem was ingesteld op groei, niet op ‘krimp’. We kenden enkele jaren na mekaar nominale loonstijgingen van meer dan 20 pct. We reageerden met eerst ‘too little and too late’ tot het catastrofale ‘malgoverno’ en de ineenstorting van 1981. Ons begrotingstekort bedroeg toen 14 pct. van het BBP. Het sociaal overlegmodel klapte in mekaar en regeringen bestuurden met volmachten. Met veel moeite werd het Rijnlandmodel, gestart in 1944, overeind gehouden. De externe olieschok luidde het tijdperk van de globalisering in. De onzekerheid over de economische en sociale toekomst zou echter nooit meer verdwijnen.

Die economische schokgolf bracht ook het einde mee van de overheid als economische actor. Privatiseringen, herstructureringen, liberaliseringen (denk aan energie, post, spoor, telecom) werden nu algemeen aanvaard. Feitelijk kennen wij geen echte overheidsbedrijven meer. De openbare financiële sector in ons land - ooit goed voor 40 pct. van de deposito’s - is zelfs verdwenen.


Die verscuiving naar de aanbodeconomie kwam er des te meer na het vreedzaam ineenstorten van het communisme in 1989. De politieke democratie en de sociale markteconomie wonnen de ‘clash of civilisations’ maar op een moment dat het Westen zelf vol onzekerheid was over haar toekomst en op een moment dat de maatschappelijke spanningen binnen elk van de West-Europese landen sterk opliepen.

 

Angst en onzekerheid

Identiteit

De multiculturele samenleving bracht in de ogen van tal van burgers onveiligheid mee en een verlangen naar identiteit, van elke groep trouwens. De economische migratie van de jaren zestig was ongeordend verlopen en de globalisering met zijn enorme migratiestromen deed de rest. De vergrijzingskosten worden herberend omdat de scenario’s tot nu toe uitgingen van een netto migratie van 17.000 terwijl we in 2005 aan 50.000 toe zijn; voor de volgende decennia wordt een raming van netto 35.000 vooropgezet; dit betekent dat we met een aangroei van minstens 600.000 extra inwoners moeten rekening houden. Grote steden als Brussel veranderen, politiek van aanschijn : bijna 57 pct. van de inwoners is van vreemde oorsprong tegen 7 pct. 45 jaar geleden, toen ik in Brussel college liep; één derde komt van buiten de EU waarvan de helft moslims. Het politiek debat wordt ook anders. Zeer merkwaardig is de evolutie in Nederland van een open en zelfs permissieve samenleving naar een ruwe en polariserende mentaliteit. Een partij die vandaag volop in zwang is noemt ‘Trots van Nederland’! Er is zowaar een nieuw oranje nationalisme aan het ontstaan. Het zou me niet verwonderen mocht bij ons in de toekomst bijv. het zgn. ethisch debat anders verlopen dan vandaag als gevolg van de Islam.

De negatieve gevoelens tegenover migranten werden bij Belgen eerst gevoed door de vrees voor hun job. Vandaag kent ons land de hoogste werkloosheidsgraad en de laagste werkgelegenheidsgraad bij allochtonen van Europa, vooral door de Brusselse situatie. Inzake arbeidsmarkt is de integratie volledig mislukt.

Dat zoeken naar identiteit - positief en negatief , open en gesloten - komt zelfs tot uiting in de houding tegenover de Europese Unie. Hoe populairder ze werd buiten West-Europa, hoe minder ze het werd in de kernlanden met de verwerping bij referendum van de ontwerp-Grondwet in Nederland en Frankrijk als een hoogtepunt. De Europese eenmaking - de grootste historische prestatie sedert eeuwen - dreigde te bezwijken onder haar eigen gewicht. Toch blijft het uniek dat het Europees Parlement een half miljard mensen vertegenwoordigt en dat er een euro is : twaalf landen met één munt. Ooit was het omgekeerd toen landen meerdere munten hadden!

Nieuwe schaarsten.

Toen ik in Leuven was beleefden we intellectueel niet alleen de Mei-revolte maar ook het catastrofe scenario van de Club van Rome (1971) : binnen de honderd jaar zou het wereldsysteem in mekaar klappen tengevolge van een combinatie van bevolkingsgroei, vervuiling en uitputting van energie- en grondstoffenvoorraden. Mijn licentiaatverhandeling weerlegde deze theorie met als basisgegeven dat de markteconomie zeer flexibel is en de schaarste aanleiding geeft tot creativiteit en innovatie. Malthus had ook geen gelijk gekregen zo min als Marx. Vandaag ben ik minder overtuigd : de opwarming van de aarde - door de mens - is angstaanjagend. Het beslag dat nieuwe economieën, als China en India, leggen op energie- en grondstoffen is nu al zichtbaar op de prijzen. China neemt 2/3 van de groei van de olievraag voor zijn rekening. De stijging van de euro verbergt deze inflatie nog grotendeels. Zelfs de voedselproductie staat onder druk o.m. door de opgang van biobrandstoffen. De voorzitter van de Wereldbank waarschuwde zopas dat 33 landen wereldwijd met sociale onrust dreigen te kampen wegens stijgende voedsel -en energieprijzen. In een aantal Afrikaanse landen is dat nu reeds het geval. Miljoenen mensen zullen de volgende maanden en jaren de hongerdood sterven volgens prof. E.Tollens (KUL). De olieprijs weegt op de vrachtkosten en op de meststoffen terwijl de vraag als gevolg van de toegenomen welvaart in ontwikkelingslanden drastisch toeneemt. Er is de jongste jaren ook te weinig geïnvesteerd in energie en grondstoffen o.m. omdat de producerende landen hun markten hebben afgeschermd zodanig dat sommigen spreken van een olieprijs van 175 dollar per vat! Diezelfden noemen de oorzaken van die desinvestering mercantilisme of m.a.w. protectionisme.

Die prijsstijgingen betekenen voor ons een verslechteren van de ruiltermen en dus een verarming van een land als een geheel. We zullen dit minder merken in de cijfers van werkloosheid omdat de beroepsbevolking daalt maar des te meer in termen van economische groei en beschikbaar inkomen.

Over werkloosheid moeten we goed beseffen dat het probleem niet zozeer ligt bij de vraag naar arbeid maar naar het aanbod. We evolueren zeker in Vlaanderen van 113 knelpuntberoepen naar een veralgemeend tekort aan mensen. De kreet ‘Werk, werk, werk’ krijgt een andere inhoud. Ik sprak enige tijd geleden een ondernemer die 500 arbeidsplaatsen zou scheppen. Zijn probleem was die mensen te vinden! Tot enkele jaren geleden zou men triomfkreten geslaakt hebben in de politiek. Wat de werkgelegenheid wel bedreigt en het is een paradox, is dat de arbeidsschaarste een looninflatie kan veroorzaken en als gevolg daarvan veel minder economische groei en jobcreatie.

Willen wij onze welvaart verder laten groeien, boven de matige stijging van de productiviteit van 1,5 pct. per jaar ( zoals de voorbije jaren ) zullen wij meer uren moeten werken door zelf langer te werken (over geheel een loopbaan), door beroep te doen op meer mobiliteit binnen het land, het wegwerken van de laatste haarden van werkloosheid ( o.m. bij allochtonen), het aanboren van de beroepsinactieven en tenslotte op externe migratie. Het eerste zal leiden tot nog meer arbeidsdruk, zeker als we de groep van 25-50 jarigen verder laten belasten met de gevolgen van dien op het persoonlijk en familiaal leven. Een gebrek aan arbeidsvreugde weegt trouwens op de productiviteit en niet alleen daarop. Wij kennen nu al sedert 1950 een gelukgevoel dat stagneert terwijl de economie sterk groeit. De bedrijven zelf zullen trouwens spontaan meer bezig zijn met gezinsvriendelijkheid al was het maar om hun werknemers te behouden in een toestand van arbeidsschaarste. Meer migratie komt er spontaan. De ongelijkheid in welvaart tussen Oost- en West-Europa tussen de EU en vooral Afrika is zo groot dat die migratiestromen zullen toenemen tot ongekende proporties. De demografische ineenstorting in Rusland ( van 143 mio naar 107 in 2050!) en in mindere mate in Duitsland (van 82 naar 74 mio.), zal aantrekken van mensen zelfs tot een noodzaak maken. De wereld bevolking zal van vandaag tot 2050 toenemen met 2.7 mia tot 9.2 maar stagneert in de ontwikkelde wereld en in China. In Europa is er een daling met 65 mio vooral te situeren in Oost-Europa. Dat is het equivalent van landen als Frankrijk, Italië of Oekraïne! Migratie lost evenwel de problemen inzake vergrijzing niet op. Migranten worden zelf ook ouder en hun vruchtbaarheid daalt pijlsnel. In het algemeen hebben we dus een ‘élan vital’ (Bergson) nodig!

Arbeid, energie en grondstoffen zullen schaars worden en de inzet worden van de wereldpolitiek. De EU minister van buitenlanse zaken, Solana ontwierp er zelfs een strategie voor. Kijk maar hoe Rusland zich uit de puinhoop van het Sovjet-Imperium kon hijsen door haar aardgas. Ze gebruikt dat wapen duidelijk tegenover de afgescheiden delen van het Rijk. Tot het einde van de jaren tachtig was het communisme hét gevaar. Daarna het islamitisch fundamentalisme en terrorisme. Morgen zal het economisch en ecologisch overleven centraal staan. Op dat vlak doet de Unie het veel beter dan de Verenigde Staten en China. Bij ons daalt de CO2 uitstoot de jongste 15 jaar terwijl die elders verhoogt met resp. 20 en 100 pct. Het broeikasprobleem zal spanningen in de wereld veroorzaken in het bijzonder in die streken die nu al labiel zijn zoals het Midden-Oosten o.m. door het watertekort. De verantwoordelijken voor het klimaatprobleem zijn andere dan de slachtoffers. Men mag niet vergeten dat één vijfde van de wereldbevolking in de bedreigde kuststreken woont die zullen getroffen worden door het verhogen van het waterpeil. Elk probleem kunnen we echter niet wijten aan het klimaat. ‘Darfur’ is niet alleen een probleem van droogte maar van mensen. New Orleans hoefde niet onder te lopen als er meer zou geïnvesteerd zijn in dijken.

Klimaat is een topprioriteit maar we mogen niet de fout begaan als destijds toen elk probleem alleen werd verklaard vanuit sociale ongelijkheid.


Vandaag gaan we wel uit van een stabiel groeiend China. Zal dat continent echter nog lang economische vrijheid kennen zonder politieke vrijheid, nog lang sociale ongelijkheid en toch een éénpartijstaat? En wat als de politieke instabiliteit daar toeslaat: zal het alles bij elkaar zo vreedzaam verlopen als bij het einde van de Sovjet-Unie?

Macht en onmacht van de politiek.

Die laatste uitdagingen kunnen alleen internationaal en Europees aangepakt worden. In Duitsland woedt nu een publieke discussie of de EU nu reeds bepalend is voor de meerderheid van de regelgeving. Maar zolang het Europees budget maar 1 pct. vormt van het Europees BBP zullen de natiestaten belangrijk blijven. Het gros van de hervormingen om de vergrijzing op te vangen en om de economie verder te moderniseren moet op nationaal vlak genomen worden. De Europese Unie en de globalisering mogen niet als alibi ingeroepen worden om machteloos toe te zien. De mediatisering van de politiek doet te gemakkelijk grijpen naar ‘goed nieuws’ en gemakkelijkheidsoplossingen. ‘Aan de macht zijn’ betekent dat men die macht moet gebruiken of die verantwoordelijkheid moet opnemen. De kiezer is vlug gecharmeerd door beloften maar even snel ontgoocheld. Zo is het ontgoochelend dat de daling van de rentelasten de jongste jaren niet nog meer is omgezet in een daling van de schuldratio: de afname met 3 BBP-punten of 10 mia. euro is opgegaan in een verslechtering van de primair overschot (2/3 uitgaven en 1/3 minder lasten). Een land kan door zijn beleid veel tot stand brengen. Kijk naar Ierland en naar China. De politici van morgen zullen hun mediaan-kiezer die bijna 50 jaar is en dus niet veel verandering wil niet steeds naar de mond mogen praten.

Minder dan ooit mag men daarom vervallen in particularisme, immobilisme en protectionisme. De neiging terug te plooien op zichzelf en het vijanddenken (‘Wij’ en ‘Zij’) zal alleen toenemen. Een meerderheid van de burgers in de VSA, in Frankrijk en in Duitsland is tegen meer vrijhandel. Directe democratie zou hier een ramp veroorzaken zoals bij de Europese referenda. Verklaringen van Sarkozy en Berlusconi over ‘nationale voorkeur’ maken mij ongerust. Die defensieve houding moeten we intellectueel maar ook in het beleid bestrijden. In een bevolkingsstructuur met een steeds groter wordende groep van tachtigers (10 pct. in 2030) moet elk talent gekoesterd worden. Wij hebben in eigen land nu al te weinig starters, dus economisch crea-tieven. Ac-tieven hebben is dus niet voldoende. Wij hebben een sterker onderwijs, vooral hoger onderwijs, nodig vooral in Franstalig België. De achterliggende economische groei in Wallonië vindt o.m. daar haar oorsprong. Wij liggen kwalitatief en kwantitatief achter inzake O&O. Onze inspanning nationaal neemt zelfs af. Wij hebben een productievere overheid nodig, ook op het niveau van de deelstaten en van de locale besturen. Mensen hebben veel vertrouwen in gezondheidszorgen en onderwijs die collectieve goederen zijn maar voortgebracht door de vrije sector maar hebben veel minder vertrouwen in de uitvoering van de kerntaken zelf van de overheid: openbare orde, veiligheid, justitie en openbare diensten. Daar scoren wij zwak in de EU. Landen met een performante overheid waar de burgers vertrouwen in hebben presteren ook beter op economisch vlak. Het is jammer dat we de jongste jaren terrein verloren tegenover andere landen zowel inzake ‘human development’, concurrentiekracht als BBP per hoofd. Ook in Vlaanderen dat het de jongste tien jaar minder goed deed bijv. dan Nederland.

We moeten er ons goed van bewust zijn dat de kosten ven de veroudering van de bevolking de volgende veertig jaar oplopen tot netto 6 pct. van het BBP. Willen we dus ruimte hebben voor nieuwe initiatieven als lastenverlagingen zullen we binnen een wellicht constante collectieve lastendruk moeten verschuivingen doorvoeren, wat trouwens de jongste jaren reeds gebeurt. Verschuivingen zijn echter steeds beperkt. Nieuwe uitgaven voor niet-vergrijzingssectoren bijv. voor milieu ( hier ook stelt de EU 0.7 pct. van het BBP voorop tot 2030) en veiligheid zullen elders moeten gecompenseerd worden. Indien de uitgaven voor gezondheidszorg de volgende jaren niet met 2.8 pct. maar met de voorziene groeivoet van 4.5 pct. per jaar nemen de vergrijzingskosten tegen 2030 niet toe met 2.2 pct. maar met 5.9 pct. van het BBP of plus 3.7 pct. of bijna een verdubbeling van de totale vergrijzingskost op dat ogenblik! De overheid heeft dus wel degelijk een taak!!

 


Hoop en vertrouwen - die ook teveel existentieel in het leven van de mensen zelf ontbreken - moeten op een breder vlak onderbouwd worden door economische resultaten. Niet van onhaalbare projecten : die werken eerder ontmoedigend, maar ook niet van louter pragmatisme waar men het doel niet van ziet. Het Europees klimaatplan en de zgn. Lissabon agenda zijn goede initiatieven. Voor landen als het onze, die moeilijk in beweging te krijgen zijn, mogen ze zelf meer dwingend zijn. In België moeten we dringend een nieuw en gedurfd institutioneel evenwicht vinden als basis en als mogelijkheidsvoorwaarde van een toekomstgericht beleid. Wij moeten uit het bestendig electoraal klimaat uit door de overvloed aan verkiezingen willen wij niet achterop blijven, als was het maar voor de opvang van de vergrijzing, zoals het IMF het onlangs zei. Wij hebben niet meer de BEF om ons door een crisis af en toe wakker te schudden.

Het kapitalisme is ook aan nieuwe gebreken onderhevig. Zo zijn we ternauwernood ontsnapt aan een wereldwijde financiële catastrofe o.m. door een mentaliteit van hebzucht en ongebreideld winststreven (subprime-crisis) en aan een gebrek aan toezicht in de States door een ideologisch geloof in de zelfregulering van de markt. Soms is er teveel overheid, soms te weinig. De sociale markteconomie heeft de wedloop met het communisme gewonnen maar ze mag niet overmoedig worden. Het populisme is trouwens minder rechts op sociaaleconomisch vlak dan velen denken. Bovendien duiken in sommige landen uitgesproken links populistische partijen op.

 

woensdag 9 april 2008

Be Free in Dag Allemaal

INTERVIEW ERIC VAN ROMPUY IN DAG ALLEMAAL
          (door Valerie Van Peel)


Eric Van Rompuy liep in zijn jonge jaren school in het Sint-Jan Berchmanscollege. En van jezuïeten wordt gezegd dat ze twee richtingen uitkunnen: of ze worden minister, of anarchist. Van Rompuy wist beide te combineren. Zo veroorzaakte hij in 1979 als CVP-jongerenvoorzitter de val van de regering Martens. Maar schopte het later toch tot Europees parlementslid, kamerlid en in 1995 zelfs tot Vlaams minister van Economie, KMO, Landbouw en Media.
Be free
Toen hij in 2004, na vijf jaar oppositie voeren als fractieleider in het Vlaams parlement, door Yves Leterme onverwachts werd gepasseerd bij de verdeling van de ministerposten, kwamen de rebelse trekjes weer boven. ‘Be free’, raadde broer Herman hem aan. En dat werd zijn nieuwe levensmotto. Enkele maanden later startte Van Rompuy met een blog op het internet. ‘Ik zal gevaarlijk zijn’, waarschuwde hij toen. En dat hebben zijn politieke collega’s de afgelopen drie jaar geweten. Zo vergeleek hij Didier Reynders onlangs met ‘un petit monsieur’, Karel De Gught zit volgens hem geregeld ‘in zijn hatelijke rol van logebroeder’, over Patricia Ceysens schreef hij ooit: ‘cette femme m’énerve’ en ook Bert Anciaux moest er al een paar keer aan geloven.
Voorzittersverkiezingen
Maar ook zijn eigen partij krijgt soms een steek te verduren. Met de voorzittersverkiezingen in zicht, publiceerde de CD&V-rebel vorige week een ontnuchterende analyse voor eventuele kandidaten. ‘De geschiedenis heeft bewezen dat je voor die rol gevraagd moet worden door de machthebbers van het moment. Neem het van mij aan, Het wordt zo goed als zeker Marianne Thyssen (nu europarlementslid voor CD&V, nvdr). Ze is gevraagd en het moet een vrouw worden. Dus zij past in het plaatje‘, zegt Eric Van Rompuy wanneer hij ons in zijn huis in Sterrenbeek ontvangt.  Zijn veertienjarige dochter Heidi tokkelt ondertussen wat op de computer. ‘Voor ik met mijn blog begon, wist ik niets van het internet. Dat heeft mijn dochter me volledig moeten uitleggen’, lacht Van Rompuy.
Viel dat wat mee, Heidi?
HEIDI:‘Dat was niet gemakkelijk. Nu begint hij er wel mee weg te kunnen, maar dat heeft toch eventjes geduurd.

ERIC:Ik kon zelfs niet typen. Maar tegenwoordig zet ik mijn teksten er helemaal zelf op.

Je deinst er niet voor terug om ook je eigen partij zo nu en dan tegen de schenen te schoppen. Wat vinden je partijgenoten eigenlijk van je blog?

EVR:Ze lezen het wel want dat merk ik. En waarschijnlijk worden mijn schrijfsels niet altijd gewaardeerd. Maar meestal wordt het doodgezwegen. Alleen als je echt een steek laat vallen, hebben ze het plots allemaal wél gezien (lacht).

Ben je niet bang dat je door ongelimiteerd je gedacht te zeggen kansen verbrodt binnen de partij?

EVR: Nee, want als je als 58-jarige backbencher gaat zwijgen omdat je hoopt dat ze je dan later omwille van je wijsheid en trouw wel eens opnieuw een kans zullen geven, kom je bedrogen uit. Je moet je nek blijven uitsteken om in de politiek te functioneren. Trouwens, ik ben vrijgevochten en ik zal zeggen wat ik te zeggen heb. Maar ik ga de partij niet doelbewust schaden. Want dan word je alleen maar gecatalogeerd als iemand die gefrustreerd is.

En dat is niet het geval?

EVR: Nee, al wordt het me wel soms verweten. Mijn blog is gewoon een middel om het politieke debat op gang te brengen. Ik heb er nog altijd goesting in.Dat bewijzen ook mijn activiteiten in het Vlaams Parlement. Anders zou ik stoppen. Met frustraties alleen, kom je niet ver.

Toch was je danig kwaad toen je in 2004 het ministerschap aan je voorbij zag gaan.

Eric Van Rompuy: Natuurlijk. En ik ga ook niet ontkennen dat dat soms nog weegt. Het heeft me veel pijn gedaan dat Leterme me toen geen minister heeft gemaakt. En ik had het niet zien aankomen. Ik had vijf jaar als fractieleider oppositie gevoerd in het Vlaams parlement, het beste van mezelf gegeven. En met succes. Mijn partij was opnieuw op de kaart gezet. Samen met Jo Vandeurzen en Yves Leterme heb ik toen nog de regeringsonderhandelingen gevoerd. Dan verwacht je voor die inspanningen beloond te worden. Maar ik moest in de pers lezen dat er andere kandidaten naar voren werden geschoven. Leterme koos voor Kris Peeters, een man buiten de politiek.

Er was jou op voorhand niets gezegd?

EVR: Nee. Eén zinnetje uitleg heb ik achteraf van Leterme gekregen: ‘Ik moet aan de toekomst denken’. En dat was het dan. Het was alsof hij mij zei dat ik geen toekomst meer had. Ik was 54, in de bloei van mijn carrière. Maar ja, het was de tijd van grote vernieuwing en de babes. En daar paste ik niet in. Mensen als Freya, Kathleen Van Brempt, Patrick Janssens en Patricia Ceysens, die passen daarin. En toch heb ik mijn bedenkingen bij die evolutie. Politiek is een stiel en je moet daar in groeien. Anders loopt het faliekant af. Kijk naar de communautaire onderhandelingen. Het feit dat er rond de onderhandelingstafel een heel nieuwe generatie zat die dat nog nooit had gedaan, heeft uiteindelijk tot niets geleidt. En dat zal in de toekomst nog een probleem zijn.

Heb je die teleurstelling vlug kunnen verteren?

EVR: Ach, zo gaat het nu eenmaal in de politiek. En dan kan je op drie manieren reageren: ofwel stop je, ofwel ga je op je bankje zitten kniezen, ofwel probeer je er nog iets van te maken. En dat is wat ik gedaan heb. Ik werd opnieuw ‘gewoon’ parlementslid en besloot als backbencher aan de slag te gaan. Mijn broer Herman heeft me bij die beslissing enorm geholpen. In een afscheidsbrief aan mij, schreef hij: ‘Eric, herwin de strijdbaarheid van je jonge jaren en be free. Het ga je goed.’ Die ‘be free’, is blijven hangen en is de titel van mijn blog geworden.

Door het vertrek van Leterme en Vervotte kwamen er vorig jaar opnieuw twee ministerposten vrij in het Vlaams parlement. Dacht je toen: misschien is dit mijn kans?

EVR: Nee, op geen enkel moment. En in hoofde van Leterme zal die optie ook nooit gespeeld hebben. Zo zit hij niet in elkaar. Hij komt niet terug op beslissingen.

Je hebt onlangs je vijfentwintig jaar in het parlement gevierd. Toen men je drie jaar geleden een officiële viering voorstelde, weigerde je.

EVR:‘Daar heb ik toen inderdaad voor bedankt. Omdat ik vond dat ik als 55-jarige politicus in de bloei van mijn carrière zat. En zo’n officiële viering lijkt toch altijd een beetje op een afscheid. Mijn gemiste ministerkans lag ook nog vers in het geheugen. Om me dan lof te laten toezwaaien door de toenmalige parlementsvoorzitter De Batselier en minister-president Yves Leterme. Nee, daar had ik geen zin in. Nu was het anders. Mijn vrouw Viviane en dochter Heidi hadden de viering georganiseerd. En dat was prachtig.
Je zit al meer dan dertig jaar in de politiek en eigenlijk zijn de kwesties van vandaag nog steeds dezelfde als vroeger. In 2004 zei je: als B-H-V niet gesplitst is tegen nieuwjaar, durf ik me op straat niet meer vertonen.

EVR:Het thema B-H-V gaat al tientallen jaren mee.Ik ben van Zaventem en de strijd om de Vlaamse Rand is zowat mijn politiek levenswerk. Ik heb me bij momenten best wel eens alleen gevoeld in die strijd. Er zijn maanden geweest dat ik minder animo had om er tegen aan te gaan. Maar daarom mag je niet opgeven. Nu moet de kieskring echt gesplitst worden. Zoniet kunnen er geen federale verkiezingen meer gehouden worden. Momenteel bevindt dat dossier zich in de parlementaire mallemolen. Maar het uur van de waarheid komt dichterbij. Waarschijnlijk komt het dossier tegen Pasen volgend jaar in de plenaire van de Kamer terecht en dan is er geen weg meer terug.

Ook niet als de franstaligen blijven weigeren?

EVR::De franstaligen beseffen nog steeds niet dat ze net door te weigeren om op de communautaire thema’s in te gaan, zelf een bom leggen onder België. Want op termijn komen die problemen toch terug. Nu kunnen ze nog onderhandelen met CD&V/N-VA. Maar als in de eerstvolgende fase, op 15 juli, blijkt dat het weer niets wordt, zullen er andere partijen van profiteren. En dan staan de franstaligen misschien tegenover een volledig geradicaliseerde publieke opinie.

Zie jij het kartel overleven na 15 juli?

EVR: Dat zal van de onderhandelingen afhangen. Maar dat geld niet alleen voor N-VA. Ook CD&V zal heel wat uit de brand moeten slepen vooraleer onze achterban tevreden zal zijn. Vergeet niet dat de ‘ja’ van onze leden op het jongste CD&V-congres voorwaardelijk was. Alles hangt af van wat er op 15 juli in het tweede communautaire pakket staat. En dat resultaat is onzeker.

Wat wel zeker is, is dat we volgend jaar weer Vlaamse verkiezingen krijgen. Twee jaar geleden zei je dat je niet meer zou knokken voor een plaats. Denk je daar nog steeds zo over?

EVR:Ja. Als ik voel dat ze me niet echt meer willen, zal ik zelf mijn conclusies trekken. Dan betekent dat het einde van mijn politieke carrière. Al hebben ze hier thuis liever dat ik nog even doorwerk (lacht).Maar ik heb niet het gevoel dat het zo’n vaart zal lopen. Er kan nog zoveel gebeuren. Wie had enkele jaren geleden gedacht dat mijn broer op 60 jaar nog Kamervoorzitter zou worden? Hij zelf waarschijnlijk niet.

Wil je nog wel in dat Vlaams parlement blijven zitten? Onlangs klaagde je op je blog dat het er zo saai geworden was.

EVR:De debatcultuur in het Vlaams parlement draait gewoon op een zeer laag pitje. Daar zijn verschillende redenen voor, maar één ervan is toch dat momenteel meer dan de helft van de parlementsleden nieuw is. En dat men tegenwoordig meer belangstelling heeft om zich te profileren buiten het parlement dan tijdens de plenaire vergadering. Er zijn zelfs een paar parlementairen die er in slagen volledig niets te doen. Patrick Janssens zit er al vier jaar, maar heeft nog geen enkele vraag gesteld. Elke woensdag om vier uur glipt hij even de plenaire binnen om te komen stemmen. En dat is het dan. En Herman Scheuremans kan wel de grote man gaan uithangen bij Phara, maar verder heeft hij ook geen enkele inbreng in het parlement. Bij zo’n zaken heb ik toch mijn vragen. Maar als je dat dan zegt, klinkt het dat je gefrustreerd bent.

Waren de jaren als CVP-jongerenvoorzitter je mooiste jaren in de politiek?

EVR: Zeker. Alles was nog nieuw en ik stond aan het hoofd van een grote groep. Er werd ook naar ons geluisterd. We hadden impact. Ik was toen ook helemaal niet bezig met mijn politieke toekomst. Ik heb er nooit bij stilgestaan dat ik op bepaalde momenten beter zou zwijgen. Wij vielen de ministers frontaal aan. En we hadden daarvoor duidelijke redenen. De staatsschuld verpletterde de jongere generaties. Er was een enorme jeugdwerkloosheid. Het land ging kapot voor onze eigen ogen en we vonden dat onze partij er te weinig aan deed. De CVP was toen trouwens zwaar verdeeld. Tindemans was partijvoorzitter. Hij had in 1979 een miljoen stemmen gehaald, maar zat niet in de regering Martens. Hij was niet akkoord met die regering en wij fungeerden als zijn buiksprekers. In de pers zei hij altijd dat de jongeren autonoom waren, maar hij veroordeelde ons nooit.  Een fantastische periode.

Heeft Martens het je ooit vergeven dat je in ’79 zijn regering hebt laten vallen?

EVR: Hij is milder geworden met de jaren. Zeker voor Herman, want met hem heeft hij zich verzoend. Met mij niet. Hij heeft het me ook erg kwalijk genomen dat ik een keer samen met Luc Van den Bossche wat lacheriger heb gedaan in het parlement over de geboorte van zijn tweeling. Ik denk niet dat hij het me ooit zal vergeven. 

(Heidi komt er even bijstaan)

Zie jij jouw dochter Heidi in de politiek stappen?

Eric : Nee, daar is ze helemaal niet mee bezig. Haar idolen zijn Natalia, Koen Wauters en Ann Van den Broeck.

Je kent ze allemaal?

EVR:Ja, zeker. Ik ga geregeld met haar naar optredens kijken. Heidi is veertien jaar en mijn echtgenote is negen jonger dan ik. Ik ben misschien al 58, maar met zo’n twee jonge dames in huis, blijf ik zelf ook jong.

HEIDI:Ik hou vooral van musicals. En meestal gaat mijn papa mee. Onlangs zijn we naar Grease gaan kijken, vorig jaar naar Beauty en the Beast en binnenkort naar Assepoester. Ik denk dat hij daar stiekem ook van geniet.

Maar de politiek is niets voor jou?

HEIDI: Nee. Ik ben dat een beetje beu gehoord. Het spreekt me niet echt aan. Ik zou liever iets met musicals doen.

Vind je dat spijtig als vader?

ERIC: Nee, absoluut niet. Ze is natuurlijk ook nog jong. Misschien denkt ze er later wel anders over. Toen ik veertien was, dacht ik dat ik later een soort Paul Van Himst ging worden. En zie waar ik terechtgekomen ben( lacht).Maar ik zie haar niet actief worden in de politiek, ik zie haar eerder eindigen in de showbizz of op het toneel.

Uit wat voor nest kom jij zelf?

EVR:Mijn vader was professor in publieke financiën in Leuven. Het was een wijze man. Mijn moeder heeft na de oorlog nog een tijd als secretaresse bij Philips gewerkt. Maar toen ze vier kinderen kreeg is ze thuisgebleven. Ik had een heel sterke band met hen. Drie jaar geleden zijn ze allebei overleden. In één week tijd. Dat was een grote klap voor de familie. Mijn vader werd zaterdags begraven. Mijn moeder is de dinsdag erop gestorven. Zo’n momenten zijn hard. Dat slaat een wonde die niet geneest. Ik denk er nog elke dag aan.

Hoe komt het dat ze zo kort na elkaar zijn overleden?

EVR:Mijn vader is op een bepaald moment zwaar ziek geworden. Mijn moeder was op dat moment ook niet echt goed. Maar het feit dat mijn vader het de laatste maanden erg moeilijk had, woog bij haar heel zwaar. Ze hebben op een gegeven moment samen in het ziekenhuis gelegen. Twee maanden hebben ze gevochten, maar uiteindelijk zijn ze toch gestorven. Mijn moeder is eigenlijk maar een paar dagen weduwe geweest. Ze had zelfs niet de kracht om nog naar de begrafenis te gaan. Dat we ze bijna samen hebben begraven, kan romantisch klinken. Maar je ouders afgeven is altijd moeilijk. Voor iedereen. Gelukkig hebben wij hen lang mogen kennen. Ze zijn 81 en 83 geworden. En ze waren tot het einde geestelijk heel goed. Mijn vader zat bijvoorbeeld al achter de computer lang voor mij. Hij heeft nooit mijn dagboek kunnen lezen, maar hij zei altijd: ‘Eric, je moet met die computer leren werken.’ lacht.Hij zou het moeten zien.

@REDAKTEUR:Valerie van Peel

zondag 6 april 2008

Habemus Papam

Dit dagboek Be Free bevat weinig wijze raad, maar mijn stuk “how to run for president” vond wel gehoor. “Wie voorzitter van CD&V wil worden, moet worden ‘gevraagd’ anders maakt u geen kans” . Deze stelling werd dit weekend opnieuw bevestigd. De bookmakers hebben er niets aan verdiend. Uit de sixtijnse kapel van CD&V steeg vrijdag witte rook op: habemus papam en haar naam is Marianne I . Hoewel ik niet (meer) behoor tot de CD&V- kardinalen, vermoed ik dat er geen stemrondes aan te pas kwamen . Er was vlug consensus. Ook de media reageren enthousiast over de kandidatuur van Marianne Thyssen. “De perfecte belichaming van de christendemocratie”. “Chouchou van iedereen”. “Karrevracht aan ervaring en dossierkennis”. “ Zal zorgen voor rust, evenwicht en stabiliteit.” “Meesterzet van Leterme”. “Knap vrouwke” (dixit Inge Vervotte).
Hopelijk daagt er geen “candidat de service” op die de schijn moet hooghouden van een duel dat er geen zal zijn. Laten we het daarom houden bij: “ habemus papam en het is een vrouwtje.” In Rome zullen ze dit niet graag horen, maar misschien wordt er maandag op het partijbestuur van CD&V nog eens gelachen want dat is heel, heel lang geleden.
En nu ga ik kijken naar de aankomst van De Ronde van Vlaanderen. Wij rekenen op onze Vlaamse coureurs om ons voorjaar goed te maken. Onder Leterme I zou dit onze eerste grote Vlaamse zege zijn.

maandag 31 maart 2008

Lessen uit running for president

Voorzittersverkiezingen zijn voor een partij altijd een delicaat moment. Daar worden de kaarten gelegd voor de electorale slagkracht en de politieke lijn van de partij. Het profiel van de voorzitter speelt hierbij een belangrijke rol.
Is dit proces een democratisch gebeuren of wordt de partijvoorzitter “op een sofa” aangeduid door de partijtop van dat moment?
Op 11 april moeten de kandidaturen voor het CD&V- partijvoorzitterschap binnen zijn. Tot hiertoe heeft niemand zich aangemeld. Ongetwijfeld zijn er kandidaten gepolst; anderen wikken en wegen hun kansen.
Tot in het midden van de jaren negentig werd de CVP-voorzitter gekozen door de congresafgevaardigden; na 1995 zijn alle leden stemgerechtigd.
Terugduiken in de geschiedenis van de CVP en CD&V leert dat elke voorzitter het product is van specifieke omstandigheden en hij (of zij) wordt het maar als het hem (of haar) “gevraagd” wordt.

Wilfried Martens beschrijft in zijn Memoires dat hij na de (zoveelste) verkiezingsnederlaag van CVP in 1971 door de groep veertigers in de partij werd “gevraagd” de partij te gaan leiden nadat Leo Tindemans , de gedoodverfde kandidaat , besloten had om minister te blijven . Ook de toenmalige CVP- bonzen Jos De Saegher en R. Vandekerckhove (uittredend CVP-voorzitter) steunden hem. Op het CVP-congres had hij wel een 60-jarige tegenkandidaat (een Gents conservatief) maar hij werd glansrijk verkozen ( 271 stemmen of 83%).

Martens werd opgevolgd door Tindemans. In zijn Memoires schrijft hij hierover: “De CVP organiseerde op 1 april 1979 een congres over de regeringsdeelname. Het congres verliep anders dan gepland. Verscheidene sprekers vroegen onder stijgend applaus dat Tindemans de taak van partijvoorzitter wilde overnemen. Jan Verroken vroeg zelfs op de man af of ik op zulk appel wilde antwoorden. Ik oordeelde nu dat het mijn plicht was het voorstel te aanvaarden als het congres het werkelijk verlangde. Daarop ontstond een staande ovatie. Nadien zou dit plebisciet worden bevestigd op een statutaire vergadering.” Op dat fameus congres in de Magdalenazaal behoorde ik als CVP- Jongerenvoorzitter ook tot de sprekers. Bij de aanvang ervan vroeg Herman om mijn tekst even te mogen nalezen en voegde er een handgeschreven zin aan toe: “ wij zijn de hetse tegen Leo Tindemans kotsbeu”.Achteraf heb ik mij vaak de vraag gesteld of het optreden van Tindemans op dat congres wel zo “spontaan” was als voorgesteld.  Herman en Hugo De Ridder weten er meer over…
In 1981 werd parlementslid en minister van Defensie Frank Swaelen na de Regeringsvorming Martens-Gol door het partijbestuur aangeduid als waarnemend voorzitter en in maart 1982 haast unaniem bevestigd door het CVP- congres en dit zonder tegenkandidaat .Na de dramatische nederlaag van 1981 en het conflict Martens-Tindemans was Swaelen de diplomatieke rustbrenger en consensusfiguur die een groot respect genoot van de partijbasis.

Toen Swaelen in 1988 Senaatsvoorzitter werd was de partijtop ( Martens, Dehaene en Swaelen) van plan om Wivina Demeester partijvoorzitter te maken. Ze maakte hierbij de fout door te vroeg haar kandidatuur bekend te maken in de pers ( I’ m running for president!”). Persoonlijk had ik als jong parlementslid ook ambities en kondigde bij verrassing mijn kandidatuur aan. Plots ontstond er hierdoor evenwel een cascade aan kandidaturen (o.m. Luc Martens en Johan Van Hecke) en waren we met zeven .In de pers werd smalend gesproken over de “ 7 dwergen” en de partijtop wou het risico niet lopen dat Luc Martens, Van Hecke of ik tot voorzitter werden gekozen door het CVP-congres. Uiteindelijk schoven Dehaene, Swaelen en Delcroix mijn broer Herman naar voren en werd ons beleefd gevraagd onze kandidatuur in te trekken. Op het CVP- partijbestuur was hiertegen enig gemorrel maar op het CVP-congres in Antwerpen kreeg Herman een ruime meerderheid (70%) achter zich. Er was geen tegenkandidaat.

In 1993 volgde Herman Mieke Offeciers op als minister van Begroting en moest er een nieuwe voorzitter komen .Ik was toen fractieleider in het Vlaamse Parlement en kaartte bij Herman Johan Van Hecke aan die fractieleider was in de Kamer . Hij genoot ook de steun van de Falstaff-groep ( K. Pinxten, S De Clerck, M. Van Peel, J. Taylor, J. Van Hecke en Eric Van Rompuy) .Herman aarzelde maar ik riep samen met J. De Roo de gezamelijke fracties samen in de Senaat om de kandidatuur van Van Hecke voor te dragen .Enkele senatoren stemden voor Delcroix (hoewel die geen kandidaat was) maar het voorstel werd haast unaniem gestemd .Ook op het CVP- partijbestuur en het congres werd de keuze zonder discussie bevestigd.
Na het ontslag van Van Hecke in 1996 volgde ondervoorzitter Mark Van Peel hem statutair op als CVP-voorzitter. Toen de keuze moest worden voorgelegd aan de leden polste Karel Pinxten wel naar zijn kansen (o.m. bij mij en Delcroix) maar uiteindelijk werd Van Peel bevestigd als voorzitter .Hij genoot hierbij de uitdrukkelijke steun van Dehaene, H. Van Rompuy en L. Vandenbrande en tegenkandidaten daagden niet op.

De dioxine-verkiezingen maakten een einde aan het voorzitterschap van Van Peel en Stefaan De Clerck kwam onmiddellijk en spontaan in beeld als CVP-voorzitter .Hij had het imago van “witte ridder” als justitieminister uit de periode Dutroux en was met Verwilghen op dat moment de populairste politicus in Vlaanderen. Dehaene had zich teruggetrokken en de gewezen CVP-ministers waren ongeloofwaardig om de zgn. “vernieuwing” te belichamen. In september 1999 vormde de aanstelling van De Clerck tot CVP-voorzitter dan ook geen enkel probleem.
Stefaan De Clerck werd de voorzitter-stichter van CD&V maar overleefde de verkiezingen van 2003 niet. Op een vergadering in restaurant Delbeccha in Dilbeek werd door de toenmalige CD&V- top (een 15-tal aanwezigen) aan Yves Leterme gevraagd voorzitter te worden. Hij was toen fractieleider in de Kamer en had electoraal bijzonder goed gescoord. Hij aarzelde eventjes maar nam de fakkel toch over van De Clerck .Zijn verkiezing door alle leden ( in juli 2003) was een formaliteit en werd het begin van het meest succesvolle voorzitterschap sinds Wilfried Martens.

Toen Leterme in 2004 na de Vlaamse verkiezingen formateur van de Vlaamse regering werd belastte hij nationaal partijsecretaris Jo Vandeurzen met het voorzitterschap. Toen deze keuze in het najaar moest worden voorgelegd aan de CD&V- leden, bleek dit geen evidentie. Ik doorbrak de zgn. consensus door in de pers te stellen dat ik er ook aan dacht kandidaat te zijn. Daarop kreeg ik onmiddellijk een telefoon van Pieter De Crem die mij zei dat ook hij overwoog om zijn kandidatuur te stellen. Ik vond op dat moment dat de partijleiding nood had aan een democratische legitimatie in een verkiezing met meerdere kandidaten. Toen op het partijbestuur Vandeurzen en De Crem hun kandidatuur bevestigden, zag ik af van mijn voornemen. Met Vandeurzen en De Crem was er keuze tussen twee duidelijk verschillende profielen. Sommigen verweten mij verdeeldheid te hebben gezaaid maar achteraf bekeken deed het de partij deugd en kreeg Vandeurzen hierdoor een bredere basis voor zijn voorzitterschap. Ook De Crem bewees met zijn 35 % dat hij populair was bij de basis van de partij en een wissel vormde op de toekomst. Iedereen was tevreden dat CD&V eindelijk bewezen had ook een reële voorzittersverkiezing aan te kunnen.
Enkele maanden terug werd Etienne Schouppe (zonder duidelijke procedure) aangeduid als “interimvoorzitter” tot de regering Leterme zou aantreden op 20 maart. Tot ieders verrassing (ook van hemzelf) werd hij staatssecretaris en is CD&V nu op zoek naar een nieuwe voorzitter.

Wordt het voor het eerst een vrouw? Krijgt ze 20 jaar na Wivina echt de kans “to run for president”? Moet het profiel een communautaire hardliner zijn of eerder een diplomaat die het schip zonder averij voorbij de klip van 15 juli kan leiden? Moet de voorzitter een ideoloog zijn of een pragmaticus? Iemand van de jonge generatie of de tussengeneratie? Een winnaar of iemand die anderen laat scoren?

Faites vos jeux! Een stukje geschiedenis kan u wegwijs maken. Mijn verhaal “How to run for president” leert dat de omstandigheden altijd anders zijn en de profielen steeds wisselend,  maar zonder “gevraagd” te worden maakt u vrijwel geen kans. Dat is de enige constante.