woensdag 2 juli 2008

Boycot Gordel?

De 3 niet-benoemde burgemeesters van Kraainem, Wezembeek-Oppem en Linkebeek gaan de Gordel boycotten. Ze denken eraan 100.000 Vlaamse Gordelaars de doortocht te ontzeggen op het grondgebied van 3 Vlaamse gemeenten. Ze zijn enkel bereid de Gordel toe te laten als er op 15 juli een voor hen aanvaardbaar akkoord uit de bus komt en de Gordel ontdaan wordt van zijn politieke boodschap.

De Zes zijn van hen; de Vlamingen worden zelfs het recht ontzegd op hun grondgebied te wandelen of te fietsen.  Volgens de waarnemend Burgemeester van Kraainem vormen de Gordelaars een gevaar voor de “openbare veiligheid”.  Hun boycot kadert in hun politieke strategie: “Vlamingen buiten in de Zes”.
Na de “oog om oog, tand om tand” verklaringen van de waarnemend Burgemeester van Wezembeek-Oppem gaat de escalatie verder.  De Vlaamse Regering is de “vijand” en de Vlamingen zijn “racisten”.  Ze gedragen zich alsof hun gemeenten niet langer deel uitmaken van Vlaanderen.  De waarnemend Burgemeester van Kraainem, Arnold d’Oreye de Lantremagne, stelt dat de Gordelaars geen politieke stellingnames mogen formuleren die hen niet zinnen: geen vrije meningsuiting meer op “hun” grondgebied.  Ze leveren hiermee het ultieme bewijs dat ze het ambt van Burgemeester onwaardig zijn.  Minister Keulen heeft er een nieuw lastenboek bij om hen niet te benoemen. In het Vlaams Parlement zei dat ik hierover tijdens het vragenuur:” hiermee is de deur dichtgeslagen.Het dossier is nu definitief gesloten. Van een benoeming kan geen sprake meer zijn.”
Deze morgen had ik voor de camera’s van Terzake een confrontatie met de waarnemend Burgemeester van Kraainem.  Mooie televisie en Belgische folklore ware het niet dat de ware mentaliteit van deze heren meer dan ooit tot uiting komt.  Ze beschouwen de Vlamingen als “vijanden” die het recht niet meer hebben te circuleren op “hun” grondgebied want voor hen liggen de Zes niet langer in Vlaanderen. 

Op 7 september zal de Gordel doorgaan zoals de vorige 27 edities.  Hun boycot zal daar niets aan veranderen.  Maar wie nog hoopt op een onderhandelde oplossing voor 15 juli moet vanavond naar Terzake kijken.  De Franstaligen tonen hun ware bedoelingen: “Vlamingen buiten” in de Zes. Ik heb voor de gelegenheid mijn truitje “splits BHV: NU” weer uit de kast gehaald en de banden van mijn gordelfiets opgepomt. 
Strijdbaarder dan ooit!

zondag 29 juni 2008

Antwoord Zaventem aan EU

De Europese Commissie vroeg uitleg aan de gemeente Zaventem over haar reglement voor de toewijzing van gemeentelijke gronden.
In een uitvoerig antwoord werd ingegaan op de Europese opmerkingen.
Hierbij enkele elementen van dit antwoord.
De motivatie voor de vereiste van de kennis van de Nederlandse taal of de bereidheid de Nederlandse taal aan te leren (tot het minimale conversatieniveau) sluit aan bij de sociale doelstelling van het Gemeentelijk Reglement van Zaventem.
Het betreft een maatregel, die kadert in het sociale beleid van de gemeente Zaventem, dat de bevordering van de levenskwaliteit, de sociale integratie, de bevordering van de familiale levenssfeer en de leefbaarheid van de gemeente beoogt.
De gemeente Zaventem is een gemeente waar wordt vastgesteld dat vele jonge mensen opgegroeid in de gemeente het ouderlijk huis verlaten en zich elders vestigen, ondermeer omdat, ingevolge de explosie van prijzen, de aankoop van een woning of bouwgrond voor deze personen quasi onbetaalbaar wordt.
Deze mensen boeten dikwijls in aan levenskwaliteit: het sociaal en familiaal netwerk desintegreert, er zijn meer mobiliteitsproblemen (langer en omslachtiger woon-werk verkeer), wat dan weer ervoor zorgt dat de opvang voor jonge kinderen langer door derden moet worden waargenomen.
Ook de gemeente verliest hierbij een deel van haar jonge actieve bevolking, met proportioneel een toename van de vergrijzing, en aldus minder inkomsten en meer uitbetalingen van sociale tussenkomsten. De gemeente Zaventem wil hiertegen maatregelen nemen, door jonge actieve gezinnen te stimuleren zich in Zaventem te vestigen en de combinatie woon-werk te concentreren binnen de gemeente, een vlotte woon-werk mobiliteit bevorderen, het sociale en familiale netwerk te verstevigen.
De gemeente Zaventem wil deze doelstellingen realiseren door het verstrekken van een financiële stimulans. Het is uiteraard belangrijk dat deze financiële stimulans, die wordt gefinancierd met eigendommen en financiële middelen van de gemeente zoveel mogelijk ten goede komt van de bewoners van die gemeente, die immers de belastingen betalen dankzij dewelke genoemde financiële stimulans mogelijk wordt gemaakt.

Het is dus van primordiaal belang dat de financiële stimulans leidt tot de versterking van de sociale integratie binnen de gemeente, het stimuleren van het sociale netwerk, de leefbaarheid en de kwaliteit van de samenleving.
Ook los van de financiële aspecten beoogt de gemeente in het kader van deze nieuwe verkaveling de sociale cohesie en de leefkwaliteit te bevorderen. Daarbij is het onder meer van belang dat de communicatiemogelijkheden tussen enerzijds de bewoners onderling en anderzijds de bewoners en de overheid optimaal zouden zijn. Het is immers voldoende geweten dat taalkundige barrières tussen buren de onderlinge communicatie verzwakken, met als gevolg dat burenruzies gemakkelijker ontstaan en langer blijven aanslepen dan noodzakelijk is.
Het grondwettelijke stelsel van het Koninkrijk België houdt daarenboven in dat lokale en bovenlokale overheden in eentalige taalgebieden (zoals Zaventem, dat tot het Nederlandse taalgebied behoort) enkel met hun inwoners kunnen communiceren in de taal van de streek. Een basiskennis van de streektaal, of minstens de bereidheid deze te verwerven, zal dus een belangrijke rol spelen in de leefkwaliteit van de toekomstige inwoners van de verkaveling.
Vanzelfsprekend is deze taal het Nederlands, omdat de genoemde 76 kavels zich bevinden in het Vlaams Gewest, waar, overeenkomstig artikelen 2 en 3 van de Belgische Grondwet, het Nederlands als enige voertaal geldt in het onderwijs, in de relaties tussen burgers en overheden en in de betrekkingen tussen werknemers en werkgevers. Deze rechtsregel is bindend voor de Gemeente Zaventem en gaat uit van hogere overheden, meer bepaald het Koninkrijk België en het Vlaamse Gewest.
Zowel de Belgische Staat als de Vlaamse regering hebben steeds het beleid gevoerd tot bescherming en stimulering van het Nederlands als eerste (en enige) officiële taal binnen het Vlaams Gewest.
In het arrest Groener heeft het Hof van Justitie (arrest van 28 november 1989, C-379/87, Jurispr. 3967,  28) bevestigd dat het EEG-Verdrag er zich niet tegen verzet, dat een Lid-Staat een beleid voert tot bescherming en stimulering van een taal, die zowel de nationale taal als de eerste officiële taal is.

In rechtsoverwegingen 19 en 20 stelt het Hof als volgt:
Het EEG-Verdrag verzet er zich niet tegen, dat een Lid-Staat een beleid voert tot bescherming en stimulering van een taal, die zowel de nationale taal als de eerste officiële taal is . De uitvoering van dat beleid mag echter niet leiden tot aantasting van een fundamentele vrijheid als het vrije verkeer van werknemers . De eisen die bij de uitvoeringsmaatregelen van een dergelijk beleid worden gesteld, mogen derhalve in geen geval onevenredig zijn aan het nagestreefde doel, en de wijze waarop zij worden toegepast, mag niet leiden tot discriminatie van de onderdanen van andere Lid-Staten .

Het is duidelijk dat in onderhavige situatie, in een woonverkaveling waar de Gemeente gronden die haar eigendom zijn ter beschikking stelt van mensen met het oog op de bevordering en de stimulering van de sociale integratie, het aantrekken van jonge gezinnen om de vergrijzing tegen te gaan, en het stimuleren van het sociaal netwerk,  het niet onredelijk is dat een zekere kennis van de officiële taal van het grondgebied van de gemeente wordt gevraagd, dan wel de bereidheid deze kennis te verwerven.

Er moet benadrukt worden dat de Gemeente Zaventem veel minder ver gaat dan wat het Hof van Justitie aanvaard heeft in de zaak Groener. In de zaak Groener werd de kennis van de Ierse taal vereist. In onderhavige zaak vraagt de gemeente enkel dat de kopers van de kavels de Nederlandse taalmachtig zijn, of indien zij dat niet zijn, bereid zijn het Nederlands aan te leren.

De voorwaarde is dus niet het Nederlands volledig machtig te zijn, maar enkel de bereidheid een minimale kennis te verwerven. De richtwaarde is A.1. van het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen.  Deze richtwaarde is gericht op laaggeschoolden, en het is de laagst mogelijke taalkennisreferentie die werd geïdentificeerd .

Het is een bereidheid, m.n. een minimaal engagement en een inspanningsverbintenis dat men zich in de gemeente wil integreren en tegemoet wil komen aan de bovengenoemde sociale doelstellingen. Het niveau van kennis is niet overdreven, maar zeer proportioneel met de vooropgestelde doelstellingen. Dat dit effectief het geval is, blijkt uit de toepassing van het reglement, waarbij kan vastgesteld worden dat de in artikel 4, 13° vervatte voorwaarde geen hinderpaal is geweest voor kandidaat-kopers die niet de Belgische nationaliteit hebben, en dus zeker geen nadeliger gevolgen heeft gehad voor niet-Belgen dan voor Belgen. 

De laatste vereiste opgesomd in het arrest Groener is dat de uitvoering van dat beleid niet mag leiden tot aantasting van een fundamentele vrijheid als het vrije verkeer van werknemers. Hoger werd reeds uiteengezet dat verkoop van 76 kavels op het grondgebied van de Gemeente Zaventem hoegenaamd niets te maken heeft met de mogelijkheid voor werknemers om te werken en zich te vestigen in België, of in Zaventem. Het reglement is immers niet van toepassing op verkopingen van onroerend goed buiten de verkaveling Harenheide IV, laat staan op goederen die niet door de gemeente verkocht worden, dan wel door de gemeente of een andere eigenaar verhuurd worden.

 

Zevende Dag

Van Rompuy verwacht clash tegen 15 juli

BRUSSEL - Eric Van Rompuy, Vlaams parlementslid voor de CD&V, verwacht dat het zeer moeilijk zal zijn om tegen 15 juli een communautair akkoord te bereiken. ‘We gaan onvermijdelijk naar een clash, behalve als er een mirakel zou gebeuren’, zei hij zondag in het Eén-programma De Zevende Dag.

Volgens Van Rompuy zitten we in een regimecrisis omdat de Franstaligen weigeren om de nodige hervormingen door te voeren.

Hij vindt het niet zo verwonderlijk dat het kartel CD&V/N-VA klappen kreeg in de peiling van De Standaard en de VRT. België verkeert al een jaar in een institutionele crisis, aldus Van Rompuy, waardoor de regering, die geleid wordt door de christendemocraat Yves Leterme, verlamd is.

Van Rompuy is erg pessimistisch over de slaagkansen van de institutionele onderhandelingen tegen 15 juli. Hij verwees naar de Franstaligen die de uitbreiding van Brussel blijven eisen en het systeem van federale dotaties willen behouden, en naar minister van Werk Joëlle Milquet (CDH), die zich verzet tegen een regionalisering van het arbeidsbeleid. dsl

dinsdag 24 juni 2008

Strijdbaar in VL.Parlement

Deze week heb ik 3 interpellaties in het Vlaams Parlement. Ik ondervraag M. Keulen (Overijse), F. Vandenbroucke (mobiliteitspremies) en K. Peeters (herziening financiering van de deelstaten).Op weg naar 15 juli word ik steeds strijdbaarder…

Interpellatie van Vlaams Parlementslid Eric Van Rompuy aan Vlaams Minister van Bestuur M. Keulen over het centraal meldpunt voor taalklachten in de gemeente Overijse.
Volgens het officiële gemeenteblad De Overijsenaar heeft het gemeentebestuur van Overijse een centraal meldpunt (taalklacht@gmail.com ) opgericht waar de burgers terechtkunnen met taalklachten o.m. inzake het taalgebruik in handelszaken.Volgens berichten in de franstalige pers zou het gemeentebestuur hierdoor de inwoners van Overijse oproepen de handelaars aan te geven die affiches of folders in een andere taal uithangen dan in het Nederlands.
Minister Keulen is niet te spreken over het initiatief en spreekt van “middeleeuwse verklikking”. Hij noemt het initiatief in strijd met artikel 30 van de grondwet dat stelt dat het taalgebruik vrij is in de particuliere sfeer en o.m. het taalgebruik tussen een handelaar en zijn cliënteel volledig vrij is. Keulen stelt dat hij de gemeente Overijse over deze inmenging in de taalvrijheid “op het matje zal roepen”. Ook zegt hij dat “dit soort acties voedt de karikaturen over Vlaanderen in het buitenland”.
De Burgemeester van Overijse, Dirk Brankaer, verklaart van zijn kant dat de Minister deze uitspraken doet zonder met het lokaal bestuur te hebben contact genomen en er geen sprake is van een aantasting van de taalvrijheid:“Wij willen de handelaars in Overijse niets verbieden wel op een vriendelijke en positieve manier aansporen om het straatbeeld in Overijse Nederlandstalig te houden.Deze positieve actie gebeurt ook met initiatieven terzake van de Provincie Vlaams Brabant en vzw De Rand”.Tevens stelt het gemeentebestuur dat van een oproep tot “verklikken” geen sprake is wel enkel van een centraal meldpunt waar men met allerhande taalklachten terecht kan en bundelt i.p.v. deze te laten behandelen door de diverse diensten van de gemeente.
Op basis van welk dossier deed de Minister uitspraken in dit dossier?
Is een centraal meldpunt inzake taalklachten in strijd met de grondwet?
Waarom gebruikt hij de woorden “middeleeuwse verklikking”?
Op basis van welke wetgeving overweegt de minister maatregelen?
Kadert de actie van de gemeente Overijse niet in de resultaten van de Studies Boes (1999) en Vény (2007) over de vernederlandsing van het straatbeeld in de Vlaamse Rand?
Vraag om uitleg van Eric Van Rompuy aan minister van Werk, F. Vandenbroucke , over de federale mobiliteitspremie en de gevolgen hiervan op de interregionale mobiliteit.
Belgisch Minister van Arbeid , J. Milquet, wil een mobiliteitspremie invoeren die 75 euro geeft aan werklozen die in een ander taalgebied gaan werken of meer dan 75 kilometer moeten afleggen naar het werk ( afstandspremie).De mobiliteitspremies of afstandspremies worden maandelijks toegekend voor één jaar.
Voor Brussel geldt een speciale regeling. Franstalige werklozen uit Brussel krijgen een taalpremie als ze gaan werken in de Vlaamse regio (bv. in Zaventem) maar Vlaamse werklozen uit Brussel krijgen geen mobiliteitspremie als ze werk vinden in Vlaams Brabant omdat ze binnen het nederlands taalgebied blijven. Dit is discriminerend voor de nederlandstalige Brusselaars. Met dit initiatief doet de federale minister ook een voorafname op de regionalisering van de arbeidsmarkt.
Wat denkt de Vlaamse minister van werk over deze premie? Is deze niet discrinerend naar de Vlaamse werklozen in Brussel?
Houdt de definitie van de taalrol van een werkloze in Brussel niet de invoering in van de subnationaliteit?
Gaat dit voorstel niet in tegen een vereenvoudiging van de banenplannen?

Interpellatieverzoek van Vlaams volksvertegenwoordiger Eric Van Rompuy tot minister-president Kris Peeters over de herziening van de financieringswet van de deelstaten.

Vrijdag ll. 22 juni ontstond een publiek debat tussen de ministers-presidenten van Vlaanderen, Wallonië en Brussel over een nieuw financieringsmodel tussen de federale staat en de deelstaten. Het debat gaat om een voorstel in het kader van de onderhandelingen over de staatshervorming waarbij de deelstaten geen vaste (geïndexeerde) dotatie meer zouden ontvangen van de federale staat, maar wel samen 80% van de inkomsten uit de personenbelasting. Deze nieuwe financieringsbasis zou de deelstaten meer moeten responsabiliseren en een rem zetten op de stijging van de financiële middelen naar de deelstaten.

Minister-president Peeters verdedigde in de media dit voorstel terwijl de regeringsleider van het Waalse Gewest en de Franse gemeenschap R. Demotte, het onbespreekbaar vindt omdat hij hierin een poging ziet om middelen te ontnemen aan de deelstaten. De Brusselse minister-president, C. Piqué, spreekt in dit verband zelfs “van een doorbreken van de solidariteit tussen de gewesten”.

Voka-voorzitter U. Vandeurzen ziet daarentegen op termijn een stijgende solidariteit van Vlaanderen met de rest van België als dit nieuwe financieringsmodel wordt uitgevoerd: “de nieuwe staatshervorming zal worden afgekocht met Vlaams geld vermits er een nieuwe transfer komt van 1,4 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel en 800 miljoen euro naar de federale staat”.

Welk standpunt neemt de Vlaamse Regering in over een herziening van het Belgisch financieringsmodel? Moet dit een bijdrage leveren tot een herfinanciering van de federale staat om de groeiende kosten van de vergrijzing op te vangen? Impliceert dit een afbouw van de groei van de middelen naar de deelstaten? Wat betekent een responsabilisering van de deelstaten op basis van een overheveling van de personenbelasting naar de regio’s en welke is hiervan de invloed op de solidariteitsmechanismes tussen de gewesten en gemeenschappen? Hoe worden de gewesten betrokken bij de onderhandelingen over de nieuwe financieringswet in België?

 

donderdag 19 juni 2008

Eric in ‘t Pallieterke

Eric van Rompuy: “Mijn gemoedstoestand? Pessimistisch…”

“Het is geleden sinds 1984 dat ik nog eens door ‘t Pallieterke geïnterviewd ben”, glimlacht Eric van Rompuy wanneer hij ons op zijn bureau in het Vlaams parlement verwelkomt. “De redacteur van dienst was toen trouwens Gerolf Annemans.” Inmiddels is Van Rompuy een ‘oude rot’ in de politiek, en niet onbelangrijk: hij stelt zich steeds meer vragen bij de overlevingskansen van dit land.
Naast parlementslid is hij ook schepen in Zaventem, de gemeente die onlangs in het nieuws kwam omdat ze een taalcriterium koppelde aan de verkoop van enkele gemeentelijke kavels. Stof genoeg dus voor een gesprek met deze politicus uit de Rand.

’t P.: Onlangs werkte uw gemeente Zaventem zich in de kijker. Enkele tientallen kavels zouden verkocht worden, maar enkel Nederlandstaligen zouden in aanmerking komen. Althans dit is toch de versie in de Franstalige pers weerklonk. Aan uw reactie te zien zit de vork anders in de steel…
EVR: Zonder meer. Zoals vrijwel alle gemeenten beschikt de gemeente Zaventem over een aantal gronden. Onder meer de verkaveling, ‘Harenheide’ genaamd, die in de jaren ‘70 tot stand kwam. Vandaag worden de laatste 75 loten verkocht, en voor deze verkoop werd door de gemeenteraad een reglement goedgekeurd. Dit gebeurde in 2006, wij zaten toen nog in de oppositie. Iedereen op uitzondering van ‘Union des Francophones’ stemde trouwens met dit reglement in.
Concreet vraagt men aan de kopers van deze kavels dat ze Nederlands kennen of - en dit laatste verzwijgt men vaak aan Franstalige kant - een inspanning leveren op dat vlak door zich voor een cursus in te schrijven in het ‘Huis van het Nederlands’. Het gaat dus niet om een taalcriterium, laat staan een taalexamen, maar wel om een engagement. Meer niet. De manier waarop dit reglement is opgesteld berust trouwens volledig op de Vlaamse Wooncode.
Andere gemeenten in Vlaams-Brabant namen soortgelijke initiatieven. Zemst bijvoorbeeld, of Hoeilaart. Onlangs ging Vilvoorde zelfs een stap verder. Van privé-eigenaars werd gevraagd dat ze zich zouden engageren hun kavels enkel aan Nederlandstaligen te verkopen of aan mensen die een inspanning leveren om de taal te leren. Dit gaat verder dan wat wij doen. In ons geval beperkt het zich immers tot een aantal kavels die eigendom zijn van de gemeente. Niet alleen heeft men dit ene criterium foutief voorgesteld, men heeft het ook helemaal uit zijn context gerukt.
Waar het ons om gaat is dat mensen van Zaventem de mogelijkheid geboden krijgen in hun gemeente te blijven wonen. De marktprijs van grond bedraagt zo’n 350 euro per m2 in onze gemeente. De vraagprijs voor deze loten is naar 150 euro per m2 herleid. De gehanteerde criteria voor het toekennen zijn reeds in Zaventem wonen, er werken, de leeftijd en de gezinslast. Iedereen komt in aanmerking. We zien dat bij de intekenaars vandaag ook Franstaligen of buitenlanders zitten, wat de beste illustratie is dat het voorstellen van de verkoop als een apartheidsdaad geen steek houdt.
Als we van de mensen een inspanning vragen om Nederlands te leren, willen we vooral een signaal geven: dit is een Vlaamse gemeente en het Nederlands beheersen is in ieders belang. Weet u, vorige week nog ben ik aangesproken door een Franstalige die al tien jaar in Zaventem woont. Hij vind dit engagement een prima zaak. Men gaat er trouwens van uit dat Franstaligen geen Nederlands zouden kunnen. Dat is onzin. Veel meer dan vroeger het geval was zijn ze het Nederlands machtig. Vaak gaat het om kwade wil.     
’t P.: Opvallend toch hoe groot de afstand tussen werkelijkheid en beeldvorming wel is…
EvR: Nagenoeg elke daad van een Vlaams bestuur, ongeacht of het een gemeente, het gewest of de provincie betreft, wordt in een context van nationalisme en zelfs racisme gekaderd. Want dat zijn de woorden die in de mond worden genomen. Het punt is dat vele Franstaligen maar niet willen aanvaarden dat Nederlands de taal is van een Vlaamse gemeente en dat de Vlaamse instanties de voogdij over deze gemeenten uitoefent. De Vlaamse overheid stellen ze steevast als een vijandig iets voor. U moet maar eens kranten en nieuwsuitzendingen tussen Noord en Zuid vergelijken. Een maatregel zoals we die in Zaventem genomen hebben, levert in de Vlaamse kranten met wat regionaal nieuws op en al vijf regels op, terwijl het op RTBF en Le Soir hoofdnieuws was. De kwestie haalde zelfs het avondnieuws van TF1.
Polarisatie
’t P.: Aan deze Franstalige zienswijze is op zich niets nieuws. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat hun opstelling de laatste maanden behoorlijk verscherpt is. Denkt u er ook zo over?
EvR: Beslist. Kijk maar naar de faciliteitengemeenten waar je historisch nog tweetalige burgemeesters had. Maar sinds die mensen van het toneel verdwenen zijn, zag je de situatie veranderen. De polarisatie werd steeds meer op de spits gedreven. Trouwens ook in de andere randgemeenten hoor. Vroeger had je één Franstalig gemeenteraadslid in Zaventem, vandaag zetelen ze met een zeskoppige fractie. De gelatenheid van vroeger - “on vit bien à Zaventem”, hoorde je wel eens zeggen - heeft plaats moeten ruimen voor een sterkere partijpolitieke opstelling. Ze zijn ook beter gestructureerd dan vroeger.
’t P.: Hebt u een verklaring voor deze ontwikkeling?
EvR: Ik denk dat er verschillende factoren zijn. Er is de kartelvorming geweest die aan Franstalige kant als een duidelijke radicalisering geïnterpreteerd is. Er is ook de opmars van het Vlaams Belang van de voorbije jaren. Er is een soort paniek ontstaan. Ze zien het kartel, het Vlaams Belang, maar ook de Lijst Dedecker. Stilaan werd de idee dat Vlaamse onafhankelijk onafwendbaar is een heus dogma. En dit zorgt voor paniek.
Aan Franstalige kant speelt ook het feit dat het FDF dat op sterven na dood leek, een nieuw elan gevonden heeft in de MR-constructie. Men mag ook de sociologische ontwikkeling niet over het hoofd zien: de Franstalige aanwezigheid is numeriek fors toegenomen, waardoor ze zich gesterkt voelen. En door de actie van de burgemeesters van Halle-Vilvoorde werden ze plots met hun neus op de feiten gedrukt en realiseerden ze zich in Vlaanderen te wonen.
’t P.: U bent schepen in Zaventem. Met het college trachten jullie iets aan het behoud van het Vlaams karakter van de gemeente te doen. Elders doet men dat ook. Maar is het niet allemaal een pleister op een houten been? Veel haalt het niet uit, zegt de cynicus…
EvR: Het klopt dat er trends zijn waar we machteloos tegenover staan. Er komen meer mensen uit Wallonië en zeker Brussel naar Vlaanderen wonen. Bepaalde delen van Brussel zijn nu eenmaal erg duur. Andere wijken zijn dan weer migrantenwijken. Er is ook het internationale gegeven. In onze gemeente werken alleen al 60.000 mensen. Vele hiervan willen ook wel eens de files vermijden en dicht bij hun werk wonen. Zal dit voorbeeld van de 75 kavels nu het verschil maken? Op termijn wel, denk ik. Want voor de eerste keer zegt de gemeente duidelijk als je hier wil komen wonen, vragen we dat je je aanpast. Het is een signaal voor zowel de anderstaligen, maar ook naar de Nederlandstalige inwoners.
Vastgereden?
’t P.: Gaat de regering ergens landen op 15 juli?
EvR: Ik ben daar erg sceptisch over (zucht). Als je kijkt welke posities ingenomen zijn…
’t P.: Heeft het kartel zichzelf niet zelf vastgereden? Naar de kiezer trekken met een uitgesproken communautair programma, een duidelijk mandaat krijgen (bijna 800.000 voorkeurstemmen voor Leterme!), maar vervolgens genoodzaakt zijn de kiesbeloften via de klassieke Belgische onderhandelingsmechanismen waar te maken?
EvR: We zitten natuurlijk in België hé, daar kan je niet onderuit. We werden de grootste partij en leveren vandaag de premier. Het kartel is trouwens nooit naar de kiezer getrokken met een separatistisch programma, wel met de eis voor meer autonomie. De splitsing van BHV is de logica zelve binnen de Belgische context. Dit gezegd zijnde, we wisten heel goed dat het niet makkelijk zou worden om naar de verkiezingen tot een akkoord te komen. Toch had ik verwacht dat er wel een gespreksbasis zou gevonden worden, net zoals dat in het verleden steeds het geval was. Dat was een misvatting. We zijn een “non” gebotst, en dat was het dan. Precies deze opstelling is een nieuw gegeven.
Alle resoluties van het Vlaams parlement én de splitsing van BHV in één pakket binnenrijven, leek me wat te hoog gegrepen. Maar door de radicalisering aan Franstalige kant staan we inmiddels nog nergens. Hun antwoord op onze redelijke verzoeken was de uitbreiding van Brussel, de benoeming van de drie burgemeesters, kortom, zaken waarvan ze heel goed weten dat ze voor ons onbespreekbaar zijn.
’t P.: De uitbreiding van Brussel is onbespreekbaar voor de Vlamingen. De splitsing van BHV dat de band met de Franstaligen uit de Rand zou ondermijnen, kan dan weer niet door de beugel voor de andere kant. Kan een vorm van inschrijvingsrecht de basis van een compromis uitmaken voor u? Rik Van Cauwelaert heeft al enkele keren in Knack gesuggereerd dat de geesten van de CD&V-achterban hierop voorbereid worden.
EvR: Tja, inschrijvingsrecht is natuurlijk een containerbegrip. Ten tijde van Egmont ging het niet enkel over de faciliteitengemeenten, maar ook over heel wat andere gemeenten zoals Dilbeek of Zaventem. Er zijn ook verschillende formules mogelijk. Voor welke verkiezingen kan men zich in Brussel inschrijven? Is dit eenmalig of beperkt tot enkele verkiezingen? Of voorgoed? Als dit ook voor de gemeenteraadsverkiezingen zou gelden, zou dit op een uitschrijvingsrecht uit de Rand neerkomen. Dat laatste is misschien nog een goede zaak (lacht). Laat het me zo stellen: de CD&V gaat niet het inschrijvingsrecht als dusdanig aanbrengen. Maar dat er dingen mogelijk zijn met de kieswet in de faciliteitengemeenten, ga ik niet ontkennen. Toch gaan zeggen dat dit een partijstandpunt zou zijn me wat te ver.
’t P.: Zo hebben we het ook niet begrepen. Het zou om informele contacten gaan om de achterban psychologisch wat voor te bereiden op een akkoord dat in die richting zou gaan.
EvR: Ik zetel in het Vlaams Parlement! Ik zal toch wel weten als zo’n dingen aan het gebeuren zijn, zeker? Trouwens, voor de Franstaligen is dat al lang niet meer voldoende. De situatie is helemaal geblokkeerd. Zoals ik al zei: pessimisme is mijn gemoedstoestand.
PmM.


—- KADER—-

“Er ligt een staat op sterven”
Bij het aantreden van de Vlaamse regering Leterme in 2004 was geen ministerpost voor Eric van Rompuy weggelegd. Voormalige Unizo-man Kris Peeters en oud-vakbondsvrouw Inge Vervotte kwamen eerst aan bod, waardoor deze voormalige Vlaamse minister van economie uit de boot viel. Hij maakte nooit een geheim van zijn ontgoocheling. Het fractieleiderschap van zijn partij interesseerde hem niet. “Be free” werd zijn motto en hij koos resoluut voor het bestaan als backbencher. Sinds enkele jaren is hij ook een regelmatige ‘blogger’. Zijn webstek (http://www.ericvanrompuy.be) is alvast een plek met meer animositeit dan de Vlaamse praatbarak.
“Er ligt een staat te sterven”, schreef hij er vorige week nog. “Het land rijdt op een cuistax zonder ketting. Waarom dit niet openlijk toegeven en de illusie creëren dat het op 15 of 21 juli nog allemaal in orde komt (...) De splitsing der geesten gaat verder. Elke dag opent Le Soir met een Vlaams-vijandige verklaring. Het doet denken aan de FDF-krant van de jaren zestig en zeventig. Bijna oorlogstaal. Vorige week werden we omwille van de Wooncode in Zaventem vergeleken met de Serviërs en de Albanezen van Kosovo. Zij wanen zich moreel superieur en open van geest. Wij zijn bekrompen, niet-democratisch, racistisch en egoïstisch. (...) Het pretentieus toontje waarmee ze hierover schrijven verraadt ook een diepe minachting.”